visualizarVervoeging
visualizar betekent visualiseren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van visualizar is regelmatig, opgebouwd uit de derde persoon meervoud verleden tijd: visualizara, visualizaras, visualizara...
Present Subjunctive
Visualizar verandert 'z' in 'c' in alle vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: visualice, visualices, visualice, visualicemos, visualicéis, visualicen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt altijd de vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no visualices, no visualice...
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'visualiza' voor tú en 'visualice(n)' voor formele bevelen (usted/ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van visualizar is regelmatig: voeg ía, ías, ía... toe aan het hele werkwoord.
Preterite
Visualizar is regelmatig in de verleden tijd, behalve de 'yo'-vorm (visualicé) die 'z' verandert in 'c'.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van visualizar is regelmatig: visualizaba, visualizabas, visualizaba, visualizábamos...
Present
Visualizar is een volledig regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: visualizo, visualizas, visualiza...
Future
De toekomende tijd van visualizar is regelmatig: voeg gewoon de uitgangen toe aan het hele werkwoord (visualizar + é, ás, á...).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng visualizar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'visualizar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent visualizar in het Spaans?
visualizar betekent "visualiseren".
Is visualizar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
visualizar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je visualizar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van visualizar is: yo visualizo, tú visualizas, él/ella/usted visualiza, nosotros visualizamos, vosotros visualizáis, ellos/ellas/ustedes visualizan.
Hoe vervoeg je visualizar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van visualizar is: yo visualicé, tú visualizaste, él/ella/usted visualizó, nosotros visualizamos, vosotros visualizasteis, ellos/ellas/ustedes visualizaron.
