Inklingo

pasará

pah-sah-RAHpa.saˈra

zal gebeuren, zal plaatsvinden

Ook: zal wel goed komen, (hij/zij/het/u) zal doormaken
WerkwoordA1regular ar
Een klein zaadje geplant in bruine aarde, met een klein groen scheutje dat net opkomt, wat symboliseert dat iets op het punt staat te gebeuren.
infinitivepasar
gerundpasando
past Participlepasado

📝 In Actie

¿Qué pasará si no llegamos a tiempo?

A1

Wat gebeurt er als we niet op tijd aankomen?

Ella cree que el dolor pasará pronto.

A2

Zij gelooft dat de pijn snel zal verdwijnen.

Dicen que la tormenta pasará en la noche.

B1

Ze zeggen dat de storm vanavond overwaait.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • sucederá (zal gebeuren)
  • ocurrirá (zal plaatsvinden)

Veelvoorkomende Collocaties

  • Eso pasará de moda.Dat zal uit de mode raken.
  • El tiempo pasará volando.De tijd zal voorbijvliegen.

Idiomen & Uitdrukkingen

  • Ya pasará.Het gaat voorbij (betekenis: maak je geen zorgen, het is snel voorbij).

zal passeren, zal oversteken

Ook: zal ingaan
WerkwoordA2regular ar
Een felrode speelgoedtrein die snel langs een stilstaand speelgoedfiguur naast het spoor beweegt.
infinitivepasar
gerundpasando
past Participlepasado

📝 In Actie

La ambulancia pasará por esta calle en cinco minutos.

A2

De ambulance zal over vijf minuten door deze straat rijden.

La pelota pasará la red si le pegas fuerte.

B1

De bal zal over het net gaan als je er hard tegenaan slaat.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • cruzará (zal oversteken)
  • avanzará (zal vooruitgaan)

Veelvoorkomende Collocaties

  • Pasará la frontera.Hij/Zij zal de grens oversteken.

zal doorbrengen (tijd)

WerkwoordB1regular ar
Een gezellige scène met een persoon die ontspannen in een fauteuil zit, diep verdiept in het lezen van een groot boek, wat het rustig doorbrengen van tijd symboliseert.
infinitivepasar
gerundpasando
past Participlepasado

📝 In Actie

Usted pasará las vacaciones en España.

B1

U zult de vakantie in Spanje doorbrengen.

Mi perro pasará mucho tiempo durmiendo mañana.

B1

Mijn hond zal morgen veel tijd slapend doorbrengen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • permanecerá (zal blijven)
  • dedicará (zal besteden (tijd))

Veelvoorkomende Collocaties

  • Pasará un buen rato.Hij/Zij zal een leuke tijd hebben.

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedpasa
yopaso
pasas
ellos/ellas/ustedespasan
nosotrospasamos
vosotrospasáis

imperfect

él/ella/ustedpasaba
yopasaba
pasabas
ellos/ellas/ustedespasaban
nosotrospasábamos
vosotrospasabais

preterite

él/ella/ustedpasó
yopasé
pasaste
ellos/ellas/ustedespasaron
nosotrospasamos
vosotrospasasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedpase
yopase
pases
ellos/ellas/ustedespasen
nosotrospasemos
vosotrospaséis

imperfect

él/ella/ustedpasara/pasase
yopasara/pasase
pasaras/pasases
ellos/ellas/ustedespasaran/pasasen
nosotrospasáramos/pasásemos
vosotrospasarais/pasaseis

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "pasará" in het Spaans:

zal ingaanzal overstekenzal passeren

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: pasará

Vraag 1 van 2

Welke Nederlandse vertaling past het beste bij de Spaanse zin: 'Creo que lo peor ya pasará.'

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
pasar(gebeuren/passeren)Werkwoord
el paso(de stap/de pas)Zelfstandig naamwoord
el pasado(het verleden)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
estarádará
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse woord *passāre*, wat 'stappen' of 'lopen' betekent, wat zelf gerelateerd is aan *passus* (een stap). Deze wortel verklaart alle moderne betekenissen die te maken hebben met beweging, tijdsverloop en gebeurtenissen.

Eerste vermelding: 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: passaráFrench: passera

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Waarom betekent 'pasará' soms 'zal gebeuren' en soms 'zal passeren'?

De kern van 'pasar' is overgang of beweging. Wanneer toegepast op gebeurtenissen, beweegt de gebeurtenis van 'toekomst' naar 'verleden' (het gebeurt). Wanneer toegepast op objecten, beweegt het object langs een punt (het passeert). De context vertelt je welke betekenis bedoeld wordt.

Hoe weet ik of de spreker 'hij/zij' of 'u (beleefd)' bedoelt als ze 'pasará' zeggen?

Aangezien 'él' (hij), 'ella' (zij), en 'usted' (u beleefd) allemaal dezelfde werkwoordsvorm delen, moet je kijken naar de persoon of het onderwerp dat eerder in het gesprek wordt genoemd om te weten wie de actie uitvoert.