
aproximar in de Ontkennende gebiedende wijs – vervoeging
aproximar — dichterbij bewegen
Negatieve geboden voor 'aproximar' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no aproximemos, no aproximen, no aproximéis, no aproximes, no aproxime.
aproximar in de Ontkennende gebiedende wijs – vormen
Wanneer de Ontkennende gebiedende wijs gebruiken
Gebruik de negatieve imperatief om iemand te vertellen iets *niet* te doen met 'aproximar'. Bijvoorbeeld: 'Verplaats de stoel niet dichterbij'.
Opmerkingen over aproximar in de Ontkennende gebiedende wijs
Alle negatieve geboden in het Spaans worden gevormd met de tegenwoordige aanvoegende wijs, met 'no' vóór het werkwoord. 'Aproximar' volgt deze regel met zijn reguliere vormen in de tegenwoordige aanvoegende wijs.
Voorbeeldzinnen
No te aproximas tanto a la pantalla.
Kom niet zo dicht bij het scherm.
tú
Por favor, no aproxime su asiento todavía.
Verplaats alstublieft uw stoel nog niet dichterbij.
usted
No aproximemos el fuego a la tela.
Laten we het vuur niet dichter bij de stof zetten.
nosotros
No aproximéis el coche a la pared.
Verplaats de auto niet dichter bij de muur.
vosotros
No aproximen la comida a la cara del bebé.
Breng het eten niet dicht bij het gezicht van de baby.
ustedes
Veelgemaakte fouten
Fout: De infinitief of indicatief gebruiken in plaats van de aanvoegende wijs.
Correct: Het moet 'no te aproximes' zijn, niet 'no te aproximas' of 'no aproximar'.
Waarom: Negatieve geboden gebruiken altijd de vorm van de tegenwoordige aanvoegende wijs voor jij, u, wij, en zij/u.
Fout: 'no' achter het werkwoord plaatsen.
Correct: 'no' komt altijd vóór het vervoegde werkwoord in de aanvoegende wijs bij negatieve geboden.
Waarom: Woordvolgorde is cruciaal in het Spaans, vooral bij negatieve geboden.
Beheers Spaanse werkwoorden in context
Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'aproximar' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.
Verwante tijden
Tegenwoordige tijd
yo: aproximo
Tegenwoordige tijd voor 'aproximar': aproximo, aproximas, aproxima, aproximamos, aproximan, aproximáis.
Pretérito indefinido
yo: aproximé
Voltooide handelingen met 'aproximar': aproximé, aproximaste, aproximó, aproximamos, aproximaron, aproximasteis.
Imperfectum
yo: aproximaba
Doorlopende/gebruikelijke handelingen in het verleden met 'aproximar': aproximaba, aproximabas, aproximábamos, aproximaban, aproximabais.
Toekomende tijd
yo: aproximaré
Toekomstige handelingen met 'aproximar': aproximaré, aproximarás, aproximará, aproximaremos, aproximarán, aproximaréis.
Voorwaardelijke wijs
yo: aproximaría
Hypothetische/beleefde 'zou'-vorm met 'aproximar': aproximaría, aproximarías, aproximaría, aproximaríamos, aproximarían, aproximaríais.
Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd
yo: aproxime
Tegenwoordige tijd aanvoegende wijs voor 'aproximar': aproxime, aproximes, aproximemos, aproximen, aproximéis.
Aanvoegende wijs imperfectum
yo: aproximara
Verleden tijd aanvoegende wijs voor 'aproximar' (imperfectum): aproximara, aproximaras, aproximáramos, aproximaran, aproximarais.
Bevestigende gebiedende wijs
yo: aproxima
Geboden voor 'aproximar': ¡aproxima! (jij), ¡aproxime! (u), ¡aproximemos! (wij), ¡aproximad! (jullie), ¡aproximen! (zij/u).