
apurar in de Ontkennende gebiedende wijs – vervoeging
apurar — haasten
Negatieve bevelen voor 'apurar': no apures (jij), no apure (u), no apuréis (jullie), no apuremos (wij), no apuren (zij/u allen).
apurar in de Ontkennende gebiedende wijs – vormen
Wanneer de Ontkennende gebiedende wijs gebruiken
Gebruik de negatieve imperatief met 'apurar' om iemand te vertellen dat hij zich *niet* moet haasten of spoeden. Het wordt vaak gebruikt om te voorkomen dat iemand te snel handelt en een fout maakt.
Opmerkingen over apurar in de Ontkennende gebiedende wijs
Alle negatieve bevelen in het Spaans gebruiken de tegenwoordige conjunctief. Apurar is regelmatig in de tegenwoordige conjunctief, dus de negatieve imperatiefvormen zijn eenvoudig.
Voorbeeldzinnen
No apures, tómate tu tiempo para hacerlo bien.
Haast je niet, neem je tijd om het goed te doen.
tú
No apure, señor, la tienda todavía está abierta.
Haast u niet, meneer, de winkel is nog open.
usted
No apuréis las cosas, que nos conocemos.
Haast de dingen niet, we kennen onszelf (we maken fouten als we gehaast zijn).
vosotros
No apuremos, hay tiempo suficiente.
Laten we ons niet haasten, er is genoeg tijd.
nosotros
No apuren tanto, el autobús no ha llegado.
Haast je niet zo, de bus is nog niet gearriveerd.
ustedes
Veelgemaakte fouten
Fout: Het gebruik van de indicatief 'apurras' in plaats van de conjunctief 'apures' voor 'no apures'.
Correct: Het negatieve bevel voor jij is 'no apures'.
Waarom: De negatieve imperatief gebruikt altijd de tegenwoordige conjunctief, niet de indicatief.
Fout: Het vergeten van 'no' aan het begin van het bevel.
Correct: Begin altijd met 'no' voor negatieve bevelen.
Waarom: De 'no' is essentieel om het bevel negatief te maken.
Beheers Spaanse werkwoorden in context
Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'apurar' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.
Verwante tijden
Tegenwoordige tijd
yo: apuro
Tegenwoordige handelingen/gewoonten voor 'apurar': apuro, apuras, apura, apuramos, apuráis, apuran.
Pretérito indefinido
yo: apuré
Voltooide handelingen in het verleden voor 'apurar': apuré, apuraste, apuró, apuramos, apurasteis, apuraron.
Imperfectum
yo: apuraba
Doorlopende/gebruikelijke handelingen in het verleden voor 'apurar': apuraba, apurabas, apuraba, apurábamos, apurabais, apuraban.
Toekomende tijd
yo: apuraré
Toekomstige handelingen voor 'apurar': apuraré, apurarás, apurará, apuraremos, apuraréis, apurarán.
Voorwaardelijke wijs
yo: apuraría
Hypothetische/beleefde handelingen voor 'apurar': apuraría, apurarías, apuraría, apuraríamos, apuraríais, apurarían.
Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd
yo: apure
Tegenwoordige conjunctief voor 'apurar' (wensen, twijfels, emoties): apure, apures, apure, apuremos, apuréis, apuren.
Aanvoegende wijs imperfectum
yo: apurara
Verleden conjunctief voor 'apurar' (hypothesen, wensen): apurara/apurase, apuraras/apurases, etc.
Bevestigende gebiedende wijs
yo: apura
Directe bevelen voor 'apurar': apura (jij), apure (u), apurad (jullie), apuramos (wij), apuren (zij/u allen).