
esparcir in de Aanvoegende wijs imperfectum – vervoeging
esparcir — verspreiden
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van esparcir is regelmatig, gebaseerd op de derde persoon meervoud verleden tijd: esparciera, esparcieras, esparciera...
esparcir in de Aanvoegende wijs imperfectum – vormen
Wanneer de Aanvoegende wijs imperfectum gebruiken
Gebruik dit voor hypothetische situaties (zoals 'Als ik zou verspreiden...') of wanneer een verzoek of wens uit het verleden betrekking had op het verspreiden of uitstrooien van iets.
Opmerkingen over esparcir in de Aanvoegende wijs imperfectum
Deze tijd is regelmatig voor esparcir. Het volgt het standaardpatroon voor -ir werkwoorden met de stam 'esparcier-'. Dit is vergelijkbaar met Nederlandse werkwoorden waar de stam stabiel blijft in verschillende tijden.
Voorbeeldzinnen
Si esparciera más flores, el jardín se vería mejor.
Als ik meer bloemen zou verspreiden, zou de tuin er beter uitzien.
yo
Me pidieron que esparciera las cenizas en el mar.
Ze vroegen me om de as op zee te verspreiden.
él/ella/usted
Si esparcierais la sal, el hielo se derretiría.
Als jullie het zout zouden verspreiden, zou het ijs smelten.
vosotros
Veelgemaakte fouten
Fout: esparzara
Correct: esparciera
Waarom: Leerders proberen vaak de 'z' van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs mee te nemen naar de verleden tijd van de aanvoegende wijs, maar deze tijd gebruikt de 'c' omdat de klinker die erop volgt een 'i' is. Dit is een typische fout waarbij de spellingregel van de ene tijd onterecht op een andere wordt toegepast.
Beheers Spaanse werkwoorden in context
Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'esparcir' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.
Verwante tijden
Tegenwoordige tijd
yo: esparzo
De tegenwoordige tijd is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm, die 'c' verandert in 'z': esparzo.
Pretérito indefinido
yo: esparcí
De verleden tijd van esparcir is regelmatig: esparcí, esparciste, esparció, esparcimos, esparcisteis, esparcieron.
Imperfectum
yo: esparcía
De onvoltooide verleden tijd van esparcir is regelmatig: esparcía, esparcías, esparcía, esparcíamos, esparcíais, esparcían.
Toekomende tijd
yo: esparciré
De toekomende tijd van esparcir is regelmatig: esparciré, esparcirás, esparcirá, esparciremos, esparciréis, esparcirán.
Voorwaardelijke wijs
yo: esparciría
De voorwaardelijke wijs van esparcir is regelmatig: esparciría, esparcirías, esparciría, esparciríamos, esparciríais, esparcirían.
Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd
yo: esparza
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van esparcir verandert de 'c' in een 'z' in alle vormen: esparza, esparzas, esparza, esparzamos, esparzáis, esparzan.
Bevestigende gebiedende wijs
yo: esparce
De gebiedende wijs gebruikt 'esparce' voor tú en 'esparza' voor formele bevelen.
Ontkennende gebiedende wijs
yo: no esparzas
Negatieve bevelen gebruiken altijd de 'z'-spellingverandering: no esparzas, no esparza, no esparzamos...