
esparcir in de Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd – vervoeging
esparcir — verspreiden
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van esparcir verandert de 'c' in een 'z' in alle vormen: esparza, esparzas, esparza, esparzamos, esparzáis, esparzan.
esparcir in de Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd – vormen
Wanneer de Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd gebruiken
Gebruik deze tijd als je wilt dat iemand anders iets verspreidt, of als je twijfel of emotie uitdrukt over het zaaien van zaden, geruchten of as.
Opmerkingen over esparcir in de Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd
Dit is een werkwoord met een spellingverandering. Om de zachte 's'-klank voor de klinker 'a' te behouden, moet de 'c' veranderen in een 'z'. Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands soms de spelling aanpassen om de uitspraak te behouden, zoals bij 'verzoeken' (verzoek) versus 'verzoeken' (verzoeken).
Voorbeeldzinnen
Espero que esparzas las semillas de forma uniforme.
Ik hoop dat je de zaden gelijkmatig verspreidt.
tú
Dudo que ellos esparzan rumores falsos.
Ik betwijfel of zij valse geruchten verspreiden.
ellos/ellas/ustedes
El jardinero sugiere que esparzamos el abono ahora.
De tuinman stelt voor dat we nu de meststof verspreiden.
nosotros
Veelgemaakte fouten
Fout: esparca
Correct: esparza
Waarom: Het gebruik van een 'c' voor een 'a' zou een harde 'k'-klank creëren (es-par-ka). De 'z' is nodig om de zachte 's'-klank van het infinitief te behouden. Dit is een veelvoorkomende fout bij Nederlandse sprekers die gewend zijn aan de 'k'-klank van 'c' voor 'a'.
Beheers Spaanse werkwoorden in context
Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'esparcir' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.
Verwante tijden
Tegenwoordige tijd
yo: esparzo
De tegenwoordige tijd is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm, die 'c' verandert in 'z': esparzo.
Pretérito indefinido
yo: esparcí
De verleden tijd van esparcir is regelmatig: esparcí, esparciste, esparció, esparcimos, esparcisteis, esparcieron.
Imperfectum
yo: esparcía
De onvoltooide verleden tijd van esparcir is regelmatig: esparcía, esparcías, esparcía, esparcíamos, esparcíais, esparcían.
Toekomende tijd
yo: esparciré
De toekomende tijd van esparcir is regelmatig: esparciré, esparcirás, esparcirá, esparciremos, esparciréis, esparcirán.
Voorwaardelijke wijs
yo: esparciría
De voorwaardelijke wijs van esparcir is regelmatig: esparciría, esparcirías, esparciría, esparciríamos, esparciríais, esparcirían.
Aanvoegende wijs imperfectum
yo: esparciera
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van esparcir is regelmatig, gebaseerd op de derde persoon meervoud verleden tijd: esparciera, esparcieras, esparciera...
Bevestigende gebiedende wijs
yo: esparce
De gebiedende wijs gebruikt 'esparce' voor tú en 'esparza' voor formele bevelen.
Ontkennende gebiedende wijs
yo: no esparzas
Negatieve bevelen gebruiken altijd de 'z'-spellingverandering: no esparzas, no esparza, no esparzamos...