Inklingo

ze vallen, jullie vallenOok: ze laten vallen, ze tuimelen

WerkwoordA1irregular (in the present tense 'yo' form) er
Drie rode appels vallen tegelijkertijd van een boomtak naar de grasgrond.
infinitivecaer
gerundcayendo
past Participlecaído

📝 In Actie

Cuando llueve mucho, las frutas maduras caen al suelo.

A1

Wanneer het veel regent, vallen de rijpe vruchten op de grond.

¿Por qué ustedes siempre caen en los mismos errores?

A2

Waarom vallen jullie altijd in dezelfde fouten?

ze storten in, ze dalenOok: ze bevinden zich, ze verzinken (in het niets)

WerkwoordB1irregular erneutral/formal
Een hoge, eenvoudige stenen toren die actief afbrokkelt en in verschillende grote stukken breekt terwijl hij instort.

📝 In Actie

Después de la crisis, los precios de las acciones caen rápidamente.

B1

Na de crisis dalen de aandelenkoersen snel.

Cuando caen las lluvias fuertes, el río se desborda.

B1

Wanneer de zware regenval valt, stroomt de rivier over.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • caer en desusoin onbruik raken
  • caer en la ruinaten onder gaan

ze maken een goede/slechte indruk, ik mag/mag hen niet

WerkwoordA2irregular erinformal/neutral
Een lachend persoon die een klein, ingepakt cadeau overhandigt aan twee andere mensen die samen staan, die beiden zichtbaar verheugd lachen, wat een positieve reactie toont.

📝 In Actie

Los nuevos profesores me caen muy bien, son muy amables.

A2

Ik mag de nieuwe leraren erg (Ze maken een goede indruk op mij); ze zijn erg aardig.

A mis padres no les caen bien tus amigos.

B1

Mijn ouders mogen jouw vrienden niet (Jouw vrienden maken een slechte indruk op mijn ouders).

Indicative

Present

yocaigo
caes
él/ella/ustedcae
nosotroscaemos
vosotroscaéis
ellos/ellas/ustedescaen

Imperfect

yocaía
caías
él/ella/ustedcaía
nosotroscaíamos
vosotroscaíais
ellos/ellas/ustedescaían

Preterite

yocaí
caíste
él/ella/ustedcayó
nosotroscaímos
vosotroscaísteis
ellos/ellas/ustedescayeron

Subjunctive

Present Subjunctive

yocaiga
caigas
él/ella/ustedcaiga
nosotroscaigamos
vosotroscaigáis
ellos/ellas/ustedescaigan

Imperfect Subjunctive

yocayera/cayese
cayeras/cayeses
él/ella/ustedcayera/cayese
nosotroscayéramos/cayésemos
vosotroscayerais/cayeseis
ellos/ellas/ustedescayeran/cayesen

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "caen" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: caen

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'caen' in de idiomatische zin van een indruk maken?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
caída(val, daling (zelfstandig naamwoord))Zelfstandig naamwoord
caer(vallen (infinitief))Werkwoord
caído(gevallen)Bijvoeglijk naamwoord
🎵 Rijmwoorden
traencontraen
📚 Etymologie

Komt rechtstreeks van het Latijnse werkwoord *cadere*, wat 'vallen' betekent. Deze wortel is te vinden in veel Nederlandse woorden zoals 'cadans' en 'casus' (wat gebeurt/valt).

Eerste vermelding: Old Spanish, before the 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: cairCatalan: caure

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Als 'caen' 'ze vallen' betekent, hoe zeg ik dan 'ze laten iets vallen'?

Om actief het laten vallen van een object uit te drukken, gebruik je het werkwoord 'dejar caer' (laten vallen). Bijvoorbeeld: 'Ellos dejan caer los libros' (Zij laten de boeken vallen). 'Caen' betekent dat ze per ongeluk of natuurlijk vallen.

Wordt 'caen' gebruikt voor regen of sneeuw?

Ja. Als men het heeft over neerslag, wordt het werkwoord 'caer' vaak gebruikt: 'Cae la nieve' (De sneeuw valt). Als je 'caen' gebruikt, benadruk je het meervoudige karakter van de neerslag, zoals 'Gotas caen' (Druppels vallen).