enseñarle
“enseñarle” betekent “hem/haar onderwijzen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

📝 In Actie
Quiero enseñarle a mi hijo a nadar este verano.
A1Ik wil mijn zoon deze zomer leren zwemmen. (Hier verwijst 'le' naar 'mijn zoon'.)
Es importante enseñarle los valores de la honestidad.
A2Het is belangrijk om hem/haar de waarden van eerlijkheid bij te brengen.
¿Podría enseñarle a usar esta máquina, por favor?
B1Zou u hem/haar/u (formeel) willen leren hoe deze machine werkt, alstublieft?

📝 In Actie
El guía vino a enseñarle el mapa de la ciudad.
A2De gids kwam om hem/haar de stadsplattegrond te laten zien.
Tengo que enseñarle el nuevo coche a mi jefe.
B1Ik moet mijn baas de nieuwe auto laten zien. (Hier verwijst 'le' naar 'mi jefe'.)
Ella decidió enseñarle sus cicatrices.
C1Ze besloot hem/haar haar littekens te laten zien.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: enseñarle
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'enseñarle' correct wanneer het verwijst naar een vrouwelijke leerling?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het werkwoord 'enseñar' komt van het Latijnse woord *insignare*, wat 'markeren', 'aanduiden' of 'wijzen op' betekent. Deze oorsprong verklaart waarom het Spaanse woord zowel 'onderwijzen' (kennis markeren) als 'laten zien' (iets aanwijzen) betekent.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom is het 'enseñarle' en niet 'enseñarlo'?
Het verschil is subtiel maar cruciaal! 'Enseñarle' gebruikt 'le' omdat het betekent 'aan hem/haar onderwijzen/laten zien' (de persoon is de ontvanger). 'Enseñarlo' gebruikt 'lo' en betekent 'het onderwijzen/laten zien' (het ding is het object, en de persoon die het ontvangt wordt niet genoemd of is geïmpliceerd).
Kan ik 'enseñar' en 'le' scheiden?
Ja! Wanneer je twee werkwoorden hebt (zoals 'poder enseñar' of 'querer enseñar'), heb je een keuze. Je kunt zeggen 'Quiero enseñarle' (vastgemaakt) of 'Le quiero enseñar' (gescheiden en vóór het vervoegde werkwoord geplaatst). Beide zijn volkomen correct.

