fría
“fría” betekent “koud” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
koud, kil
Ook: afstandelijk, ongevoelig
📝 In Actie
La sopa está muy fría, necesito calentarla.
A1De soep is erg koud, ik moet hem opwarmen.
Ella fue muy fría conmigo cuando le conté mi problema.
B1Ze was erg afstandelijk tegen me toen ik haar over mijn probleem vertelde.
koud biertje
Ook: een koude
📝 In Actie
Después del partido, nos merecemos una fría.
B1Na de wedstrijd verdienen we een koud biertje.
bak

📝 In Actie
Espero que no fría el pescado demasiado tiempo.
B2Ik hoop dat ze de vis niet te lang bakt.
Quizá yo fría los huevos con mantequilla esta vez.
C1Misschien bak ik de eieren deze keer met boter.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: fría
Vraag 1 van 1
In welke zin wordt 'fría' gebruikt als een vorm van het werkwoord 'bakken'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord 'fría' heeft twee verschillende oorsprongen, daarom heeft het twee verschillende betekenissen. 1) Als bijvoeglijk naamwoord/zelfstandig naamwoord (koud), komt het van het Latijnse woord *frīgidus*, wat 'koud' betekent. 2) Als werkwoordsvorm (bakken), komt het van het Latijnse woord *frīgere*, wat 'roosteren of bakken' betekent.
Eerste vermelding: Both roots entered Spanish during the early medieval period, around the 10th-12th centuries.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Hoe weet ik of 'fría' 'koud' of 'bak' betekent?
Als 'fría' wordt gebruikt om een vrouwelijk zelfstandig naamwoord te beschrijven (zoals 'la sopa fría' of 'la noche fría'), betekent het 'koud'. Als het volgt op een voornaamwoord (yo, él, ella, usted) of een zin die de speciale werkwoordsvorm activeert (zoals 'Espero que él fría...'), dan is het een vervoeging van het werkwoord 'freír' (bakken).


