pascua
“pascua” betekent “Pasen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
Pasen
Ook: Pesach
📝 In Actie
Comemos huevos de chocolate en Pascua.
A1Wij eten chocolade-eieren met Pasen.
La Pascua cae en un domingo diferente cada año.
A2Pasen valt elk jaar op een andere zondag.
De kerstperiode
Ook: De feestdagen
📝 In Actie
¡Felices Pascuas y próspero año nuevo!
A2Vrolijk Kerstmis en een gelukkig nieuwjaar!
Toda la familia se reúne en las pascuas.
B1De hele familie komt samen tijdens de kerstperiode.
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: pascua
Vraag 1 van 2
Als iemand op 25 december '¡Felices Pascuas!' tegen je zegt, wat wensen ze je dan toe?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Van het Latijnse woord 'pascha', dat afkomstig is van een Hebreeuws woord dat 'voorbijgaan' betekent. Dit verwijst naar het Bijbelse verhaal van de Exodus.
Eerste vermelding: 12th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'Pascua' alleen voor christenen?
Nee. Hoewel het meestal verwijst naar het christelijke Pasen, is 'Pascua judía' de standaard Spaanse term voor het Joodse feest Pesach.
Schrijf ik 'Pascua' met een hoofdletter?
Ja, omdat het de naam is van een specifieke feestdag of feestperiode, moet het in het Spaans met een hoofdletter geschreven worden, net als in het Nederlands.

