suéltalo
swehl-tah-loh (stress on 'suel')
/ˈswel.ta.lo/
Snelle Referentie
📝 In Actie
¡Suéltalo! Me estás haciendo daño con esa llave.
A2Laat het los! Je doet me pijn met die sleutel.
Sé que tienes un secreto. ¡Vamos, suéltalo de una vez!
B1Ik weet dat je een geheim hebt. Kom op, zeg het nou maar!
El perro tiene el juguete. No quiere soltarlo, pero tienes que decirle: '¡Suéltalo!'
B1De hond heeft het speeltje. Hij wil het niet loslaten, maar je moet hem zeggen: 'Laat het vallen!'
💡 Grammaticapunten
Een Werkwoord en een Voornaamwoord Samengevoegd
Suéltalo is één woord, maar is eigenlijk het informele commando 'suelta' (jij laat los) gecombineerd met het lijdendvoorwerpvoornaamwoord 'lo' (het). Het betekent 'laat het los'.
Het Verplichte Accentteken
Wanneer je een voornaamwoord (of voornaamwoorden) aan een bevestigend commando vastplakt, moet je een accentteken (tílde) op het werkwoord plaatsen om de klemtoon op de juiste lettergreep te houden – in dit geval op 'suél'.
⭐ Gebruikstips
Formeel versus Informeel Commando
Als je formeel spreekt (tegen 'usted') of tegen een groep, verandert de commando-vorm: 'Suéltelo' (formeel enkelvoud) of 'Suéltenlo' (formeel meervoud).
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: suéltalo
Vraag 1 van 1
Als je je baas formeel aanspreekt (met 'usted') en hem vertelt een boek los te laten (dat mannelijk is, 'el libro'), welk commando moet je dan gebruiken?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Waarom wordt 'suéltalo' als één woord geschreven?
In het Spaans moeten bij een bevestigend commando alle vastgeplakte voornaamwoorden (zoals 'lo', 'la', 'me', 'te') fysiek aan het einde van het werkwoord worden vastgemaakt, waardoor één woord ontstaat.
Wat als het object dat iemand moet loslaten vrouwelijk is, zoals 'la pelota' (de bal)?
Je vervangt het mannelijke voornaamwoord 'lo' door het vrouwelijke voornaamwoord 'la', wat resulteert in het commando 'Suéltala' (Laat haar/het los).