vivía
“vivía” betekent “Ik woonde vroeger” in het Spaans (Eerste persoon, gewoonmatige verleden handeling).
Ik woonde vroeger, Hij/Zij/U woonde vroeger, Ik was aan het wonen, Hij/Zij/U was aan het wonen
Ook: verbleef
📝 In Actie
Cuando era niño, yo vivía en el campo.
A1Toen ik kind was, woonde ik vroeger op het platteland.
Mi abuela vivía sola en esa casa antigua.
A2Mijn grootmoeder woonde alleen in dat oude huis (beschrijving van een situatie in het verleden).
Ella vivía muy preocupada por el futuro de sus hijos.
B1Zij leefde (voelde) erg bezorgd over de toekomst van haar kinderen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "vivía" in het Spaans:
verbleef→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: vivía
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'vivía' correct om een herhaalde actie in het verleden te beschrijven?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt rechtstreeks van het Latijnse werkwoord *vivere*, wat 'leven' of 'in leven zijn' betekent. De imperfecte uitgang -ía is een standaardpatroon voor alle Spaanse werkwoorden die eindigen op -er en -ir.
Eerste vermelding: Old Spanish (around 10th-13th century) as a conjugation of the verb 'vivir'.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom betekent 'vivía' zowel 'ik woonde vroeger' als 'hij woonde vroeger'?
Dit komt vaak voor bij de vervoegingen van Spaanse werkwoorden! In tegenstelling tot het Nederlands, zijn de vormen voor 'yo' (ik) en 'él/ella/usted' (hij/zij/u beleefd) vaak exact hetzelfde in de Imperfecto. Meestal achterhaal je wie er bedoeld wordt op basis van de context van het gesprek.