Inklingo

vivía

vee-BEE-ah/biˈβi.a/

vivía betekent Ik woonde vroeger in het Spaans (Eerste persoon, gewoonmatige verleden handeling).

Ik woonde vroeger, Hij/Zij/U woonde vroeger, Ik was aan het wonen, Hij/Zij/U was aan het wonen

Ook: verbleef
WerkwoordA2regular ir
Een kleurrijke, eenvoudige kinderboekillustratie met een enkele volwassen figuur die buiten een gezellig, felgekleurd huisje staat. De figuur houdt een kleine, oude houten sleutel vast en kijkt liefdevol naar de voordeur.
infinitivevivir
gerundviviendo
past Participlevivido

📝 In Actie

Cuando era niño, yo vivía en el campo.

A1

Toen ik kind was, woonde ik vroeger op het platteland.

Mi abuela vivía sola en esa casa antigua.

A2

Mijn grootmoeder woonde alleen in dat oude huis (beschrijving van een situatie in het verleden).

Ella vivía muy preocupada por el futuro de sus hijos.

B1

Zij leefde (voelde) erg bezorgd over de toekomst van haar kinderen.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • vivía felizleefde gelukkig
  • vivía en un apartamentowoonde vroeger in een appartement

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedvive
yovivo
vives
ellos/ellas/ustedesviven
nosotrosvivimos
vosotrosvivís

imperfect

él/ella/ustedvivía
yovivía
vivías
ellos/ellas/ustedesvivían
nosotrosvivíamos
vosotrosvivíais

preterite

él/ella/ustedvivió
yoviví
viviste
ellos/ellas/ustedesvivieron
nosotrosvivimos
vosotrosvivisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedviva
yoviva
vivas
ellos/ellas/ustedesvivan
nosotrosvivamos
vosotrosviváis

imperfect

él/ella/ustedviviera
yoviviera
vivieras
ellos/ellas/ustedesvivieran
nosotrosviviéramos
vosotrosvivierais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "vivía" in het Spaans:

verbleef

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: vivía

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'vivía' correct om een herhaalde actie in het verleden te beschrijven?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
comíadecía
📚 Etymologie

Komt rechtstreeks van het Latijnse werkwoord *vivere*, wat 'leven' of 'in leven zijn' betekent. De imperfecte uitgang -ía is een standaardpatroon voor alle Spaanse werkwoorden die eindigen op -er en -ir.

Eerste vermelding: Old Spanish (around 10th-13th century) as a conjugation of the verb 'vivir'.

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: viviaItalian: viveva

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Waarom betekent 'vivía' zowel 'ik woonde vroeger' als 'hij woonde vroeger'?

Dit komt vaak voor bij de vervoegingen van Spaanse werkwoorden! In tegenstelling tot het Nederlands, zijn de vormen voor 'yo' (ik) en 'él/ella/usted' (hij/zij/u beleefd) vaak exact hetzelfde in de Imperfecto. Meestal achterhaal je wie er bedoeld wordt op basis van de context van het gesprek.