Hoe zeg je "ik geloofde" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “ik geloofde” is “creí” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Creí que la película empezaba a las siete.
Ik dacht dat de film om zeven uur begon.
Siempre creí en tu capacidad para lograrlo.
Ik heb altijd in jouw vermogen om het te bereiken geloofd.
Por un segundo, creí que me llamabas a mí.
Een seconde lang dacht ik dat je me belde.
Een Specifieke Gebeurtenis in het Verleden
Creí wordt gebruikt voor een geloof of gedachte die plaatsvond op een specifiek, afgesloten moment in het verleden. Zie het als één gebeurtenis: 'Op dat moment dacht ik...'
Let op de Spelwijziging!
Het werkwoord creer verandert van spelling voor 'hij/zij' (creyó) en 'zij' (creyeron) in deze verleden tijd. De 'i' wordt een 'y'. Dit gebeurt ook bij andere werkwoorden zoals leer (lezen) en oír (horen).
Een Moment versus een Tijdsperiode (`Creí` versus `Creía`)
Fout: “Cuando era niño, creí en los Reyes Magos.”
Correctie: Cuando era niño, creía en los Reyes Magos. (Toen ik een kind was, geloofde ik in de Drie Koningen.) Gebruik `creía` voor voortdurende overtuigingen of gedachten in het verleden, en `creí` voor een enkele, voltooide gedachte of een geloof dat abrupt eindigde.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.