
abrumar in de Pretérito indefinido – vervoeging
abrumar — overweldigen
De preteritum van 'abrir' is regelmatig: abrí, abriste, abrió, abrimos, abristeis, abrieron.
abrumar in de Pretérito indefinido – vormen
Wanneer de Pretérito indefinido gebruiken
Gebruik de preteritum om een voltooide handeling in het verleden met een duidelijk eindpunt te beschrijven — het openen van een deur op een specifiek moment, het openen van een bedrijf op een bepaalde datum.
Opmerkingen over abrumar in de Pretérito indefinido
Abrir is volledig regelmatig in de preteritum. Merk op dat 'abrimos' identiek is aan de tegenwoordige tijd indicatief 'wij openen' — de context bepaalt welke bedoeld wordt.
Voorbeeldzinnen
Abrí la puerta cuando escuché el timbre.
Ik opende de deur toen ik de deurbel hoorde.
yo
¿Abriste el paquete?
Heb jij het pakket geopend?
tú
Abrió la tienda en 2015.
Hij opende de winkel in 2015.
él/ella/usted
Abrimos las ventanas para ventilar.
We openden de ramen om de kamer te luchten.
nosotros
Abristeis la conversación sobre el tema.
Jullie openden het gesprek over het onderwerp.
vosotros
Abrieron las puertas a las ocho.
Zij openden de deuren om acht uur.
ellos/ellas/ustedes
Veelgemaakte fouten
Fout: Het schrijven van 'abri' zonder accent voor 'yo'.
Correct: De 'yo' vorm is 'abri' met een accent op de laatste 'í'.
Waarom: Het accent onderscheidt de preteritum 'yo' van andere vormen en markeert de klemtoon.
Fout: Het verwarren van de preteritum 'abrimos' met de tegenwoordige tijd 'abrimos'.
Correct: Context is cruciaal. 'Abrimos la puerta ayer' (preteritum) versus 'Abrimos la puerta cada mañana' (tegenwoordige tijd).
Waarom: Beide zijn identieke vormen, wat aandacht vereist voor tijdsindicaties of de algemene betekenis van de zin.
Beheers Spaanse werkwoorden in context
Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'abrumar' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.
Verwante tijden
Tegenwoordige tijd
yo: abrumo
De tegenwoordige tijd van 'abrir' is regelmatig: abro, abres, abre, abrimos, abrís, abren.
Imperfectum
yo: abrumaba
De imperfectum van 'abrir' is regelmatig: abría, abrías, abría, abríamos, abríais, abrían.
Toekomende tijd
yo: abrumaré
De toekomende tijd van 'abrir' is regelmatig: abriré, abrirás, abrirá, abriremos, abriréis, abrirán.
Voorwaardelijke wijs
yo: abrumaría
De conditionele wijs van 'abrir' is regelmatig: abriría, abrirías, abriría, abriríamos, abriríais, abrirían.
Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd
yo: abrume
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'abrir' (abra, abras, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, emotie, verlangen of onzekerheid.
Aanvoegende wijs imperfectum
yo: abrumara
De imperfectum conjunctief van 'abrir' (abriera, abrieras, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Bevestigende gebiedende wijs
yo: abruma
Gebruik de imperatief van 'abrir' voor directe bevelen: abre (jij), abra (u), abramos (wij), abrid (jullie), abran (zij/u allen).
Ontkennende gebiedende wijs
yo: no abrumes
Negatieve bevelen voor 'abrir' gebruiken de tegenwoordige tijd conjunctief: no abras (jij), no abra (u), etc.