
correr in de Bevestigende gebiedende wijs – vervoeging
correr — rennen
Affirmatieve bevelen voor 'correr' zijn: corre (tú), corra (usted), corramos (nosotros), corred (vosotros), corran (ustedes).
correr in de Bevestigende gebiedende wijs – vormen
Wanneer de Bevestigende gebiedende wijs gebruiken
Gebruik dit om iemand te bevelen te rennen. Het is direct en wordt vaak gebruikt in sport of in dringende situaties. Dit komt overeen met het Nederlandse 'ren!' of 'loop!'.
Opmerkingen over correr in de Bevestigende gebiedende wijs
De 'tú'-vorm is 'corre' (zoals de hij/zij tegenwoordige tijd), terwijl 'vosotros' 'corred' is (de -r weglaten en -d toevoegen).
Voorbeeldzinnen
¡Corre, vas a perder el autobús!
Ren, je mist de bus!
tú
¡Corran más rápido!
Ren sneller!
Corramos juntos hasta la meta.
Laten we samen naar de finish rennen.
nosotros
Veelgemaakte fouten
Fout: Het gebruik van 'corra' voor een vriend (tú).
Correct: corre
Waarom: 'Corra' is het formele (usted) bevel; gebruik 'corre' voor mensen die je goed kent. Dit onderscheid tussen formele en informele aanspreekvormen is belangrijk in het Spaans, vergelijkbaar met 'u' en 'jij' in het Nederlands, maar met meer specifieke werkwoordsvormen.
Beheers Spaanse werkwoorden in context
Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'correr' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.
Verwante tijden
Tegenwoordige tijd
yo: corro
De presente indicativo van 'correr' is een standaard werkwoord op -er: corro, corres, corre, corremos, corréis, corren.
Pretérito indefinido
yo: corrí
De pretérito perfecto simple van 'correr' is regelmatig: corrí, corriste, corrió, corrimos, corristeis, corrieron.
Imperfectum
yo: corría
De imperfectum van 'correr' is regelmatig, met de uitgangen -ía: corría, corrías, corría, corríamos, corríais, corrían.
Toekomende tijd
yo: correré
De futuro simple van 'correr' is regelmatig, waarbij uitgangen aan het hele werkwoord worden toegevoegd: correré, correrás, correrá, correremos, correréis, correrán.
Voorwaardelijke wijs
yo: correría
De condicional simple van 'correr' is regelmatig: correría, correrías, correría, correríamos, correríais, correrían.
Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd
yo: corra
De presente de subjuntivo van 'correr' gebruikt de -a uitgangen: corra, corras, corra, corramos, corráis, corran.
Aanvoegende wijs imperfectum
yo: corriera
De imperfecto de subjuntivo van 'correr' gebruikt de -ra uitgangen: corriera, corrieras, corriera, corriéramos, corrierais, corrieran.
Ontkennende gebiedende wijs
yo: ¡no corras!
Negatieve bevelen voor 'correr' gebruiken de presente de subjuntivo: no corras, no corra, no corramos, no corráis, no corran.