Inklingo

debía

deh-BEE-ah/deˈβi.a/

debía betekent Ik/Zij/Hij moest in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

Ik/Zij/Hij moest, Ik/Zij/Hij zou moeten

Ook: Ik/Zij/Hij had moeten
WerkwoordA2regular er
Een jong kind zit aan een eenvoudig houten bureau met een groot, open boek, geconcentreerd op zijn studie, wat een gevoel van plicht toont.
infinitivedeber
gerunddebiendo
past Participledebido

📝 In Actie

Yo debía levantarme temprano para ir a la escuela.

A2

Ik moest vroeg opstaan om naar school te gaan.

Él debía saber la verdad, pero nadie se la dijo.

B1

Hij zou de waarheid moeten weten, maar niemand vertelde het hem.

Antes, mi jefe decía que le debía lealtad incondicional.

B2

Vroeger zei mijn baas dat ik hem onvoorwaardelijke loyaliteit verschuldigd was.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • tenía que (moest (sterkere noodzaak))
  • era necesario (het was nodig)

Veelvoorkomende Collocaties

  • debía + infinitiefGebruikt om verplichting uit te drukken (bijv. debía ir)

Ik/Zij/Hij was verschuldigd

Ook: Ik/Zij/Hij stond in het krijt bij
WerkwoordB1regular er
Twee vriendelijke cartoonfiguren staan tegenover elkaar. Eén figuur geeft zachtjes een kleine stapel glimmende gouden munten aan de andere figuur, wat de terugbetaling van een schuld symboliseert.
infinitivedeber
gerunddebiendo
past Participledebido

📝 In Actie

Ella no podía comprarlo porque le debía dinero al banco.

B1

Zij kon het niet kopen omdat ze de bank geld verschuldigd was.

Si lo hacía, sentía que le debía un favor a su hermana.

B2

Als ze het deed, voelde ze dat ze haar zus een gunst verschuldigd was.

Yo debía impuestos desde el año pasado.

B2

Ik was nog belasting van vorig jaar verschuldigd.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • adeudaba (was verschuldigd (financieel, formeel))
  • era deudor (was een schuldenaar)

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: debía

Vraag 1 van 2

Welke Nederlandse zin vangt de betekenis van 'Yo debía ir a trabajar todos los días' het beste?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
podíavivía
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *debēre*, wat 'schuldig zijn' betekende en later de betekenis van verplichting ('moeten') ontwikkelde. De spelling weerspiegelt de directe weg van het Latijn naar het Spaans.

Eerste vermelding: Old Spanish (around the 13th century)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: deviaFrench: devait

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'debía' en 'debió'?

Beide zijn verleden tijdsvormen van 'deber'. 'Debía' (Imperfectum) beschrijft een continue of gewoonlijke plicht in het verleden ('Ik moest altijd'). 'Debió' (Preteritum) beschrijft een eenmalige voltooide verplichting of, gebruikelijker, een sterke afleiding in het verleden ('Hij moet gegaan zijn' of 'Hij was één specifieke keer iets verschuldigd').

Hoe kan ik onthouden dat 'debía' de onvoltooid verleden tijd is?

Werkwoorden die eindigen op -er en -ir krijgen vaak 'ía' in hun imperfectum vorm (zoals 'comía', 'vivía', 'debía'). Dit 'ía'-geluid duidt meestal op iets dat herhaaldelijk of continu in het verleden gebeurde, wat een belangrijk verschil is met de voltooid verleden tijd in het Nederlands.