Inklingo

domingo

doh-MEEN-goh/doˈmiŋɡo/

domingo betekent Zondag in het Spaans (De laatste dag van de week, volgend op zaterdag.).

Zondag

Ook: weekend
Mexico
Een kleurrijke illustratie met een opgewekt persoon die vredig rust in een felrode hangmat gespannen tussen twee groene bomen op een zonnige dag.

📝 In Actie

El domingo vamos a visitar a la abuela.

A1

Op zondag gaan we oma bezoeken.

¿Qué haces los domingos?

A1

Wat doe je op zondagen (elke zondag)?

¡Qué pereza! Mañana ya es lunes otra vez, se acabó el domingo.

A2

Wat vervelend! Morgen is het weer maandag, de zondag is voorbij.

Woordverbindingen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • el próximo domingovolgende zondag
  • un domingo tranquiloeen rustige zondag

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "domingo" in het Spaans:

weekendzondag

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: domingo

Vraag 1 van 2

Hoe zeg je 'We eten altijd pizza op zondagen'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
semana(week)Zelfstandig naamwoord
sábado(zaterdag)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
gringofingo
📚 Etymologie

Het woord komt van de Latijnse zin *Dies Dominicus*, wat 'Dag des Heren' betekent. Dit weerspiegelt het historische religieuze belang van de dag.

Eerste vermelding: Pre-10th century (as part of Vulgar Latin evolution)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: domingoItalian: domenicaFrench: dimanche

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Moet ik 'domingo' met een hoofdletter schrijven?

Nee. In het Spaans worden dagen van de week met kleine letters geschreven, tenzij ze toevallig het allereerste woord van een zin zijn. Dit is een veelvoorkomend verschil tussen Spaans en Nederlands.

Waarom is 'domingo' een mannelijk woord?

Alle dagen van de week (lunes, martes, etc.) worden in het Spaans behandeld als mannelijke zelfstandige naamwoorden. Dit betekent dat je er altijd 'el' of 'los' mee gebruikt, net zoals je in het Nederlands soms 'de' gebruikt (hoewel 'de' zowel mannelijk als vrouwelijk kan zijn).