Hoe zeg je "zondag" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “zondag” is “domingo” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El domingo vamos a visitar a la abuela.
Op zondag gaan we oma bezoeken.
¿Qué haces los domingos?
Wat doe je op zondagen (elke zondag)?
¡Qué pereza! Mañana ya es lunes otra vez, se acabó el domingo.
Wat vervelend! Morgen is het weer maandag, de zondag is voorbij.
Mannelijk Geslacht
Alle dagen van de week in het Spaans worden behandeld als mannelijke zelfstandige naamwoorden, dus ze gebruiken altijd 'el' of 'los', net als 'de' in het Nederlands bij sommige zelfstandige naamwoorden.
Geen Hoofdletters
In tegenstelling tot het Nederlands (en Engels), worden Spaanse dagen van de week over het algemeen niet met een hoofdletter geschreven, tenzij ze een zin beginnen.
Zeggen 'Op Zondag'
Fout: “Voy a la iglesia en domingo.”
Correctie: Voy a la iglesia el domingo. (Om 'op' een specifieke dag te zeggen, gebruik je gewoon 'el' — de voorzetsel 'en' wordt meestal weggelaten, in tegenstelling tot het Nederlandse 'op'.)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.