fantasma
“fantasma” betekent “spook” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
spook
Ook: schim, fantoom
📝 In Actie
Dicen que un viejo fantasma vive en ese castillo abandonado.
A2Ze zeggen dat er een oud spook in dat verlaten kasteel woont.
Mi hermano vio el fantasma de una mujer en el espejo.
B1Mijn broer zag de schim van een vrouw in de spiegel.
opschepper
Ook: nep, bluffer
📝 In Actie
No le hagas caso, solo es un fantasma que habla mucho pero no hace nada.
B2Let niet op hem, hij is slechts een opschepper die veel praat maar niets doet.
Pensé que era millonario, pero resultó ser un fantasma.
C1Ik dacht dat hij miljonair was, maar hij bleek een nep te zijn.
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: fantasma
Vraag 1 van 2
Als je iemand hoort zeggen: 'Mi vecino es un fantasma', wat proberen ze dan hoogstwaarschijnlijk te communiceren?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van het Laat-Latijnse *phantasma* en het Griekse *phántasma*, wat 'verschijning' of 'geestverschijning' betekent. Het is altijd gerelateerd geweest aan dingen die worden gezien maar niet fysiek echt zijn.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'fantasma' mannelijk of vrouwelijk?
'Fantasma' is altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord, dus je gebruikt 'el' (el fantasma). Dit is een belangrijke uitzondering, net als woorden als 'el problema' of 'el idioma'.
Kan 'fantasma' als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt om 'spookachtig' te betekenen?
Hoewel het woord 'fantasmal' het juiste bijvoeglijk naamwoord is ('spookachtig'), wordt 'fantasma' soms na een zelfstandig naamwoord geplaatst om het te beschrijven, zoals in 'ciudad fantasma' (spookstad).

