Inklingo

Hoe zeg je "spook" in het Spaans

Dutch → Spaans

fantasma

/fahn-TAHS-mah//fanˈtasma/

nounA2algemeen
Gebruik 'fantasma' wanneer je spreekt over een bovennatuurlijk wezen dat verschijnt, zoals de geest van een overledene die rondwaart.
Een doorschijnende witte spookfiguur met een vloeiende onderrand die zweeft in een donkerblauwe, eenvoudige kamer.

Voorbeelden

Dicen que un viejo fantasma vive en ese castillo abandonado.

Ze zeggen dat er een oud spook in dat verlaten kasteel woont.

Mi hermano vio el fantasma de una mujer en el espejo.

Mijn broer zag de schim van een vrouw in de spiegel.

Mannelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op -a

Hoewel 'fantasma' eindigt op -a, is het altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord. Dit betekent dat je 'el' (de) en mannelijke bijvoeglijke naamwoorden moet gebruiken: 'el fantasma blanco' (het witte spook).

Het verkeerde lidwoord gebruiken

Fout:La fantasma es aterradora.

Correctie: El fantasma es aterrador. (Het spook is angstaanjagend.) Onthoud dat je 'el' voor dit woord gebruikt.

espíritu

nounB1algemeen
Gebruik 'espíritu' in een meer abstracte of filosofische zin, verwijzend naar de ziel, de geest of het immateriële deel van een persoon of wezen.

Voorbeelden

Dicen que el cuerpo muere, pero el espíritu es eterno.

Ze zeggen dat het lichaam sterft, maar de geest is eeuwig.

Fantasma vs. Espíritu

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'fantasma' en 'espíritu'. 'Fantasma' is specifiek voor een verschijning, een geest die je kunt zien of voelen. 'Espíritu' is breder en verwijst naar de ziel of het immateriële, niet per se naar een verschijning.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.