hacía
ah-SEE-ah
/aˈsia/
Hacía (ik/zij/hij was aan het doen/maken) wordt gebruikt om een actie te beschrijven die in het verleden aan de gang was, zoals een kind dat huiswerk maakte.
hacía(Werkwoord)
was aan het doen / was aan het maken
?beschrijft een voortdurende actie in het verleden
vroeger deed / vroeger maakte
?describing a habitual or repeated action in the past
📝 In Actie
Yo hacía mi tarea cuando mi mamá llegó.
A2Ik was mijn huiswerk aan het maken toen mijn moeder thuiskwam.
¿Qué hacías en la cocina?
A2Wat was je in de keuken aan het doen?
Mi abuela siempre hacía galletas los domingos.
B1Mijn oma maakte zondags altijd koekjes.
💡 Grammaticapunten
Acties in het Verleden Beschrijven
Hacía is een vorm van hacer die in het verleden wordt gebruikt. Het beschrijft wat er aan de gang was of wat iemand vroeger deed over een bepaalde periode, in plaats van een enkele voltooide gebeurtenis. Zie het als het schetsen van de achtergrond in een verhaal.
❌ Veelgemaakte Fouten
Verwarring tussen `hacía` en `hizo`
Fout: “Ayer, mi amigo me hacía una visita.”
Correctie: Ayer, mi amigo me hizo una visita. Gebruik `hizo` voor een voltooide actie die één keer plaatsvond. Gebruik `hacía` om iets te beschrijven dat bezig was of herhaaldelijk gebeurde, zoals 'Mi amigo me hacía una visita cada mes' (Mijn vriend bezocht me elke maand).
⭐ Gebruikstips
De Scène Zetten
Gebruik hacía om een beeld te schetsen van de achtergrond van een verhaal. Bijvoorbeeld: 'Yo hacía la cena, los niños jugaban y la música sonaba.' (Ik was het avondeten aan het maken, de kinderen speelden en de muziek klonk.)

Bij het beschrijven van het weer in het verleden wordt hacía (het was) gebruikt, zoals in Hacía frío (Het was koud).
hacía(Werkwoord)
het was...
?gebruikt voor het beschrijven van weersomstandigheden in het verleden
📝 In Actie
Hacía mucho frío ayer.
A1Het was gisteren erg koud.
Hacía sol, así que fuimos al parque.
A2Het was zonnig, dus gingen we naar het park.
No salimos porque hacía mal tiempo.
A2We gingen niet naar buiten omdat het slecht weer was.
💡 Grammaticapunten
Altijd Dezelfde Vorm voor Weer
Als je over het weer praat, gebruik je alleen deze specifieke vorm: hacía. Deze verandert nooit om bij een persoon te passen, dus je zegt niet 'yo hacía frío'. Het is altijd gewoon 'hacía frío' (het was koud).
❌ Veelgemaakte Fouten
Het gebruik van `ser` of `estar` voor Weer
Fout: “Estaba frío ayer.”
Correctie: Hacía frío ayer. In het Spaans gebruiken we het werkwoord `hacer` om algemene weersomstandigheden zoals temperatuur of zon te beschrijven. Denk eraan als 'het weer maakte kou'.
⭐ Gebruikstips
Leer als een Blok
Het is het gemakkelijkst om weersuitdrukkingen als complete blokken te leren: 'hacía frío', 'hacía calor', 'hacía sol'. Zo word je niet in de verleiding gebracht om een ander werkwoord te gebruiken.

Hacía (het was al...) wordt in het Spaans gebruikt om te praten over hoe lang iets al aan de gang was voordat een andere gebeurtenis in het verleden plaatsvond, wat de tijdsduur aangeeft.
hacía(Werkwoord)
het was al...
?het uitdrukken van een tijdsduur voordat iets anders in het verleden gebeurde
geleden
?used in phrases like 'since a long time ago'
📝 In Actie
Hacía tres años que no la veía.
B1Het was al drie jaar geleden dat ik haar gezien had. (of: Ik had haar al drie jaar niet gezien.)
Hacía mucho tiempo que esperábamos ese momento.
B1We hadden al lang op dat moment gewacht.
Se mudó a Chile hacía diez años.
B2Hij verhuisde tien jaar geleden naar Chili.
💡 Grammaticapunten
De 'Hacía... que' Formule
Deze structuur is super nuttig. Gebruik 'Hacía + [tijd] + que + [ander werkwoord in dezelfde verleden tijd]' om te zeggen dat een actie al een bepaalde tijd aan de gang was. Bijvoorbeeld: 'Hacía dos horas que esperaba' (Ik was al twee uur aan het wachten).
❌ Veelgemaakte Fouten
De Verkeerde Tijd Gebruiken
Fout: “Hacía dos años que no la vi.”
Correctie: Hacía dos años que no la veía. Wanneer je begint met `hacía`, blijft het werkwoord dat na de `que` komt meestal in dezelfde beschrijvende verleden tijd. Beide delen beschrijven de voortdurende situatie in het verleden.
⭐ Gebruikstips
Contrast met 'Desde hace'
Gebruik hace voor tijd die naar het heden leidt ('Vivo aquí desde hace 5 años' - Ik woon hier al 5 jaar). Gebruik hacía voor tijd die naar een moment in het verleden leidt ('Vivía allí desde hacía 5 años' - Ik woonde daar al 5 jaar).
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: hacía
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'hacía' correct om het weer te beschrijven?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'hacía' en 'hacia' (zonder accent)?
Goede vraag! Het accent verandert alles. `Hacía` (met een accent) is de verleden tijd van het werkwoord 'doen/maken', wat 'was aan het doen' of 'het was' betekent voor het weer. `Hacia` (zonder accent) is een compleet ander woord dat 'naar' of 'richting' betekent, zoals 'Camino hacia el parque' (Ik loop naar het park).
Waarom wordt 'hacía' gebruikt voor zowel 'ik was aan het doen' als 'hij/zij was aan het doen'?
Je hebt iets belangrijks over deze werkwoordsvorm opgemerkt! In de 'imperfectum' verleden tijd zijn de vormen voor 'yo' (ik) en 'él/ella/usted' (hij/zij/u beleefd) hetzelfde voor alle werkwoorden. Dus, 'yo hacía' en 'él hacía' zien er identiek uit. Je weet wie de actie uitvoert op basis van de context van het gesprek.