hacían
“hacían” betekent “ze deden vroeger” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
ze deden vroeger, ze waren aan het doen
Ook: jullie deden vroeger
📝 In Actie
Todos los veranos, mis abuelos hacían viajes largos.
A1Elke zomer maakten mijn grootouders lange reizen.
Cuando llegué, ellos hacían la tarea en la biblioteca.
A2Toen ik aankwam, waren zij hun huiswerk aan het maken in de bibliotheek.
Ustedes siempre hacían lo correcto, por eso los admiraban.
B1Jullie deden altijd het juiste, daarom bewonderden ze jullie.
ze maakten vroeger, ze waren aan het maken

📝 In Actie
Los artesanos hacían las vasijas de barro con mucho cuidado.
A1De ambachtslieden maakten de aardewerken potten met grote zorg.
Ellas hacían una torta cuando sonó el teléfono.
A2Ze waren een taart aan het maken toen de telefoon ging.
ze veroorzaakten, ze deden alsof

📝 In Actie
Los chistes que contaban siempre hacían reír a la audiencia.
B1De moppen die ze vertelden, lieten het publiek altijd lachen (veroorzaakten dat het publiek lachte).
Ustedes se hacían los dormidos para no ayudar.
B2Jullie deden alsof jullie sliepen om niet te hoeven helpen. (Reflexieve vorm: 'hacerse')
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: hacían
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'hacían' correct om een voltooide actie te beschrijven die één keer plaatsvond?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
'Hacer' komt van het Latijnse werkwoord *facere*, wat 'maken, doen of uitvoeren' betekende. Deze wortel gaf het Spaans een van zijn meest essentiële en veelzijdige werkwoorden.
Eerste vermelding: Before 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'hacían' en 'hacía'?
'Hacían' wordt gebruikt als het onderwerp meervoud is (ellos/ellas/ustedes - zij/jullie). 'Hacía' wordt gebruikt als het onderwerp enkelvoud is (yo/él/ella/usted - ik/hij/zij/u beleefd). Beide betekenen 'vroeger doen' of 'was/waren aan het doen' in het verleden.
Waarom wordt 'hacían' soms voor het weer gebruikt?
Het basiswerkwoord 'hacer' wordt in veel weersuitdrukkingen gebruikt, maar voor het weer wordt altijd de enkelvoudsvorm 'hacía' gebruikt omdat het onderwerp een impliciet 'het' is (onpersoonlijk). Bijvoorbeeld: 'Hacía frío' (Het was koud).


