ponía
“ponía” betekent “was aan het leggen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
was aan het leggen, vroeger legde
Ook: was aan het plaatsen, vroeger zette
📝 In Actie
Yo siempre ponía mis libros en la mesa grande.
A1Ik legde altijd mijn boeken op de grote tafel.
Él ponía la radio muy alta mientras cocinaba.
A2Hij zette de radio heel hard aan terwijl hij aan het koken was.
Usted ponía mucho esfuerzo en ese proyecto, ¿verdad?
B1Je stak er veel moeite in dat project, hè?
droeg
Ook: was aan het aandoen
📝 In Actie
Mi abuela ponía un pañuelo en la cabeza para ir a misa.
A2Mijn oma zette een hoofddoek op haar hoofd om naar de mis te gaan.
Antes, yo no ponía gafas, pero ahora sí.
A2Vroeger droeg ik geen bril, maar nu wel.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: ponía
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'ponía' correct om een herhaalde gewoonte in het verleden te beschrijven?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord *ponere*, wat 'neerleggen' of 'zetten' betekende. Het heeft zijn kerngedachte door de eeuwen heen behouden.
Eerste vermelding: Pre-dating the 10th century (Old Spanish)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Hoe verschilt 'ponía' van 'puso'?
'Ponía' (imperfect) beschrijft een actie die aan de gang was, herhaald werd of beschrijvend was in het verleden ('Hij legde vroeger' of 'Hij was aan het leggen'). 'Puso' (preteritum) beschrijft een eenmalige, voltooide actie in het verleden ('Hij legde neer'). Bijvoorbeeld: 'Él ponía la mesa todos los días' (gewoonte) versus 'Él puso la mesa hace una hora' (eenmalige voltooide actie).
Heeft 'ponía' een reflexieve vorm?
Ja, 'se ponía' is de reflexieve vorm, wat 'was zichzelf aan het aandoen' of 'werd' betekent. Bijvoorbeeld: 'Ella se ponía triste' (Zij werd verdrietig).

