poner
po-ner
/poˈneɾ/
Poner: Leggen/Plaatsen (Pongo las llaves en la mesa.)
poner(Werkwoord)
leggen
?een object ergens neerleggen
,plaatsen
?iets neerzetten
zetten
?e.g., to set the table
📝 In Actie
Pongo las llaves en la mesa.
A1Ik leg de sleutels op tafel.
¿Dónde pongo tu abrigo?
A1Waar leg ik jouw jas?
Vamos a poner la mesa para la cena.
A2Laten we de tafel dekken voor het avondeten.
💡 Grammaticapunten
Onregelmatige 'yo'-vorm: 'pongo'
In de tegenwoordige tijd is de 'yo' (ik) vorm speciaal: 'pongo'. Dit '-go' einde komt ook voor bij andere belangrijke werkwoorden zoals 'hago' (ik doe) en 'salgo' (ik ga weg).
Onregelmatige Verleden Tijd
De onvoltooid verleden tijd (preteritum) verandert sterk. De stam wordt 'pus-'. Bijvoorbeeld: 'Yo puse' (ik legde), 'Él puso' (hij legde).
❌ Veelgemaakte Fouten
De onregelmatige verleden tijd vergeten
Fout: “Yo poní el libro en la mesa.”
Correctie: De juiste vorm is 'Yo puse el libro en la mesa.' De verleden tijd van 'poner' is zeer onregelmatig en moet uit het hoofd geleerd worden.
⭐ Gebruikstips
'Poner' versus 'Colocar'
'Poner' is het algemene, alledaagse woord voor 'leggen' of 'zetten'. 'Colocar' is een goed synoniem, maar impliceert vaak dat iets voorzichtiger of op de juiste plek wordt neergelegd. Bij twijfel is 'poner' bijna altijd correct.

Poner: Aanzetten (Pon la televisión.)
poner(Werkwoord)
aanzetten
?voor apparaten, muziek, lichten
,inschakelen
?voor elektronica
afspelen
?for music or a movie
📝 In Actie
Por favor, pon la televisión.
A2Zet alstublieft de televisie aan.
¿Puedes poner algo de música?
A2Zet je wat muziek op?
Puse la calefacción porque hacía frío.
B1Ik zette de verwarming aan omdat het koud was.
⭐ Gebruikstips
Dagelijks Gebruik
Hoewel 'encender' ook 'aanzetten' betekent, is 'poner' vaak de meer gebruikelijke en informele keuze in het dagelijkse taalgebruik voor zaken als de tv, radio of airconditioning.

Ponerse: Aantrekken (kleding) (Ponte la chaqueta.)
poner(Reflexive Verb)
worden
?een verandering van toestand of stemming beschrijven
,raken
?bv. verdrietig worden, nerveus raken
aantrekken
?clothing
📝 In Actie
Me pongo nervioso antes de los exámenes.
B1Ik word nerveus voor examens.
Ella se puso muy contenta con la noticia.
B1Ze werd erg blij van het nieuws.
Ponte la chaqueta, que hace frío.
A2Trek je jas aan, het is koud.
💡 Grammaticapunten
Gebruik van 'ponerse' voor Veranderingen
Gebruik 'ponerse + bijvoeglijk naamwoord' om te praten over een plotselinge of tijdelijke verandering in iemands stemming, gezondheid of uiterlijk. Zie het als een toestand die je tijdelijk 'aantrekt'.
❌ Veelgemaakte Fouten
De 'se' vergeten
Fout: “Yo pongo triste cuando llueve.”
Correctie: Gebruik 'Me pongo triste cuando llueve.' Je hebt het kleine woordje ('me', 'te', 'se', etc.) nodig om aan te geven dat de verandering bij de persoon zelf plaatsvindt.
⭐ Gebruikstips
Tijdelijke versus Permanente Verandering
'Ponerse' is perfect voor tijdelijke veranderingen ('se puso pálido' - hij werd bleek). Voor meer permanente of fundamentele veranderingen gebruikt het Spaans andere werkwoorden zoals 'volverse' of 'hacerse'.

Poner: Bijdragen/Inleggen (geld, moeite) (Puso 20 euros.)
poner(Werkwoord)
bijdragen
?geld, ideeën
,inleggen
?moeite, geld
meebetalen
?informal, for money
📝 In Actie
Cada uno puso 20 euros para el regalo.
B1Iedereen legde 20 euro in voor het cadeau.
Si todos ponemos de nuestra parte, terminaremos rápido.
B2Als we allemaal ons deel bijdragen, zijn we snel klaar.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: poner
Vraag 1 van 2
Welke zin zegt correct 'Zij werd verdrietig'?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'poner' en 'ponerse'?
Zie het zo: 'poner' doe je met een object ('Ik leg het boek op tafel'). 'Ponerse' gebeurt met jezelf ('Ik word nerveus'). Het kleine 'se' (of 'me', 'te') reflecteert de actie terug op de persoon.
Wanneer gebruik ik 'poner' versus 'colocar' voor 'to put'?
'Poner' is je alleskunner, alledaagse werkwoord voor 'leggen' of 'zetten'. Het is bijna altijd een veilige keuze. 'Colocar' is iets specifieker en impliceert dat je iets op zijn juiste of een specifieke plek legt, misschien met iets meer zorg. Je zou bijvoorbeeld boeken 'colocar' op een plank, maar je 'poner' je sleutels op het aanrecht.
Hoe zeg ik 'uitzetten' als 'poner' 'aanzetten' betekent?
Het meest gebruikte werkwoord voor 'uitzetten' is 'apagar'. Dus je 'pones la luz' (zet het licht aan) en 'apagas la luz' (zet het licht uit). Voor zaken als muziek of tv kun je soms ook 'quitar' gebruiken.