serlo
“serlo” betekent “het zijn” in het Spaans (verwijzend naar een status of toestand).
het zijn, zo zijn
Ook: één zijn
📝 In Actie
¿Es difícil ser médico? No sé, pero debe **serlo**.
B1Is het moeilijk om arts te zijn? Ik weet het niet, maar het moet **zo zijn**.
Ella dice que es una persona paciente, pero dudo que pueda **serlo** siempre.
B2Zij zegt dat ze een geduldig persoon is, maar ik betwijfel of ze dat altijd **kan zijn**.
Para triunfar, tienes que estar convencido de que puedes **serlo**.
C1Om te slagen, moet je ervan overtuigd zijn dat je **het kunt zijn** (succesvol kunt zijn).
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: serlo
Vraag 1 van 2
Wat betekent 'siéndolo' in de zin 'Ella es muy inteligente y quiere seguir siéndolo'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
'Serlo' is een samentrekking van het werkwoord 'ser' (van het Latijnse 'esse', wat 'zijn' betekent) en het neutrale voornaamwoord 'lo' (van het Latijnse 'illum', wat 'dat' of 'het' betekent). De structuur van het vasthechten van het voornaamwoord aan de infinitief is gebruikelijk in Romaanse talen.
Eerste vermelding: Structure common since the early development of Spanish (Medieval period).
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'serlo' de enige manier om 'het te zijn' te zeggen?
Ja, wanneer 'het' verwijst naar een abstract idee, toestand of eerder genoemde eigenschap, is 'serlo' de standaard en meest natuurlijke manier om de infinitiefvorm uit te drukken. Als 'het' een direct object zelfstandig naamwoord zou zijn (bijv. 'het boek'), zou je 'leerlo' (het lezen) gebruiken.
Waarom zie ik geen vervoegingen van 'serlo'?
'Serlo' is de basisvorm (infinitief) van het werkwoord 'ser' met het voornaamwoord eraan vastgemaakt. Je vervoegt alleen het werkwoord 'ser' zelf, en plaatst 'lo' dan vóór het vervoegde werkwoord (bijv. 'lo soy' - ik ben het) of houdt het vast aan de infinitief.