Inklingo

teñir

teh-NYEERteˈɲiɾ

teñir betekent verven in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

verven

Ook: kleuren, bezoedelen
WerkwoordB1irregular ir
Latin America
Een wit T-shirt dat in een emmer met helderblauwe vloeistof wordt gedompeld, waarbij de stof van kleur verandert.
gerundtiñendo
past Participleteñido
infinitiveteñir

📝 In Actie

Quiero teñir mi camiseta de azul.

A2

Ik wil mijn T-shirt blauw verven.

Ella se tiñe el pelo cada tres meses.

B1

Ze verft haar haar elke drie maanden.

Es difícil teñir esta tela sintética.

B2

Het is moeilijk om deze synthetische stof te verven.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • tintar (verven/kleuren)
  • colorear (kleuren)

Antoniemen

  • desteñir (vervagen/ontkleuren)
  • decolorar (bleken)

Veelvoorkomende Collocaties

  • teñir el pelohet haar verven
  • teñir de azulblauw verven
  • teñir a manomet de hand verven

kleuren

Ook: bezoedelen
WerkwoordC1irregular irformal
Een witte bloem waarvan de bloemblaadjes zachtroze kleuren, alsof ze in lichte verf zijn gedoopt.
gerundtiñendo
past Participleteñido
infinitiveteñir

📝 In Actie

El atardecer tiñó el cielo de naranja.

B2

De zonsondergang kleurde de lucht oranje.

La sangre tiñó el suelo de la habitación.

C1

Bloed bezoedelde de vloer van de kamer.

Ese escándalo tiñó su carrera política.

C2

Dat schandaal bezoedelde zijn politieke carrière.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • teñirse de sangremet bloed bevlekt zijn
  • teñirse de lutogetint zijn met rouw/verdriet

Subjunctive

Imperfect Subjunctive

yotiñera
tiñeras
él/ella/ustedtiñera
nosotrostiñéramos
vosotrostiñerais
ellos/ellas/ustedestiñeran

Present Subjunctive

yotiña
tiñas
él/ella/ustedtiña
nosotrostiñamos
vosotrostiñáis
ellos/ellas/ustedestiñan

Indicative

Preterite

yoteñí
teñiste
él/ella/ustedtiñó
nosotrosteñimos
vosotrosteñisteis
ellos/ellas/ustedestiñeron

Imperfect

yoteñía
teñías
él/ella/ustedteñía
nosotrosteñíamos
vosotrosteñíais
ellos/ellas/ustedesteñían

Present

yotiño
tiñes
él/ella/ustedtiñe
nosotrosteñimos
vosotrosteñís
ellos/ellas/ustedestiñen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: teñir

Vraag 1 van 3

Welke vorm is correct voor 'Zij verven'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
tinte(verf/kleurmiddel)Zelfstandig naamwoord
tintorería(stomerij / verfwinkel)Zelfstandig naamwoord
teñido(geverfd)Bijvoeglijk naamwoord
desteñir(vervagen/kleur verliezen)Werkwoord
🎵 Rijmwoorden
reñirceñir
📚 Etymologie

Van het Latijnse woord 'tingere', wat natmaken, onderdompelen of kleuren betekent.

Eerste vermelding: 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

English: tingeItalian: tingere

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'teñir' alleen voor haar?

Nee, het wordt gebruikt voor elk materiaal waarin de kleur trekt, zoals kleding, hout, of zelfs metaforische dingen zoals een reputatie.

Wat is het verschil tussen 'teñir' en 'tintar'?

Ze zijn grotendeels synoniem, maar 'teñir' is veel gebruikelijker in het dagelijkse spraakgebruik, vooral voor haar en kleding.

Waarom is het niet 'teñido' voor de tegenwoordige tijd 'yo'?

Omdat het een stam-veranderend werkwoord is! De 'e' in de stam verandert in 'i' wanneer deze benadrukt wordt.