Hoe zeg je "markies" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “markies” is “marqués” — B2 niveau.
Dutch → SpaansB2
nounB2
adellijke titel

Voorbeelden
El marqués heredó un palacio del siglo XVIII.
De markies erfde een 18e-eeuws paleis.
Para las vacaciones, vive como un marqués en su villa frente al mar.
Tijdens de vakantie leeft hij als een koning in zijn villa aan zee.
El rey le otorgó el título de marqués por su lealtad.
De koning verleende hem de titel van markies voor zijn loyaliteit.
Gebruik van 'el' bij Titels
Wanneer je over een markies praat, gebruik je 'el': 'El marqués está aquí'. Als je hem direct aanspreekt, gebruik je 'el' niet, net als in het Nederlands ('Markies, bent u er?') versus ('De markies is er').
Het Accent Vergeten
Fout: “marques”
Correctie: marqués
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.