Hoe zeg je "neus" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “neus” is “nariz” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1
Het belangrijkste zintuiglijke orgaan

Voorbeelden
Ella tiene una nariz pequeña y recta.
Zij heeft een kleine, rechte neus.
Me pica la nariz, creo que voy a estornudar.
Mijn neus kriebelt, ik denk dat ik ga niezen.
Geslacht Herinnering
Hoewel 'nariz' eindigt op een 'z', is het een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, dus je gebruikt altijd 'la' ervoor: 'la nariz'.
Andere betekenissen van “nariz”
“nariz” kan ook betekenen:
- reukvermogen/deskundige proever(B2)
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.