Hoe zeg je "vloog" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “vloog” is “voló” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
verbA1
bewoog door de lucht

Voorbeelden
El águila voló sobre la montaña.
De adelaar vloog over de berg.
¿Viste cómo voló ese avión tan rápido?
Zag je hoe snel dat vliegtuig vloog?
Ella voló a Madrid el mes pasado.
Zij vloog vorige maand naar Madrid.
'Voló' herkennen
'Voló' is de vorm van de onvoltooid verleden tijd (preteritum). Het betekent dat de vliegactie op een specifiek moment in het verleden begon en eindigde. Het verwijst naar 'hij', 'zij' of 'u' (beleefd).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.