Hoe zeg je "zocht naar" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “zocht naar” is “buscó” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
verbA1
op zoek zijn naar een verloren voorwerp of persoon

Voorbeelden
Él buscó sus llaves por toda la casa.
Hij zocht zijn sleutels in het hele huis.
Ella buscó una solución al problema.
Zij zocht een oplossing voor het probleem.
Wie voerde de actie uit?
De uitgang -ó geeft aan dat één persoon (hij, zij, of u-formeel) in het verleden aan het zoeken was. Dit komt overeen met de verleden tijd (onvoltooid verleden tijd) in het Nederlands, zoals 'hij zocht'.
De 'Persoonlijke A'
Als men zocht naar een mens, moet je het woord 'a' na 'buscó' plaatsen. Voorbeeld: 'Buscó a su hermana'.
De Ontbrekende Accent (Klemtoonteken)
Fout: “busco”
Correctie: buscó
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.