U wilt Spaans leren. U weet dat u elke dag moet studeren. Maar elke keer dat u gaat zitten, staart u naar een dozijn apps en websites en denkt u: Wat moet ik nu eigenlijk doen?
Die beslissingsvermoeidheid maakt meer einde aan taalstudies dan welke grammaticaregel dan ook ooit zou kunnen.
Dit plan elimineert dat. De komende 30 dagen weet u precies wat u moet studeren, in welke volgorde en hoe lang. Elke dag bouwt voort op de vorige. Op Dag 30 bent u niet vloeiend — laten we daar eerlijk over zijn — maar u heeft wel een echte, functionele basis in het Spaans. U kunt uzelf voorstellen, basisgesprekken voeren, eenvoudige verhalen lezen en zich oprecht zelfverzekerd voelen dat u deze taal kunt leren.
Laten we beginnen.
Voordat u Begint
Tijdsbesteding: 30 tot 45 minuten per dag. Dat is alles. Consistentie is belangrijker dan marathonsessies.
Wat u nodig heeft: Toegang tot Inklingo's grammaticagidsen, woordenschatoefeningen en verhalen. Een notitieboek (fysiek of digitaal). De bereidheid om hardop te spreken, zelfs als niemand luistert.
De gouden regel: Sla de spreekvaardigheidsoefening niet over. Stil lezen is noodzakelijk, maar niet voldoende. Uw mond moet ook Spaans leren.
Week 1: De Basis (Dagen 1-7)
Deze week gaat over de absolute basis: klanken, begroetingen, kernwerkwoorden en uw eerste zinnen.
Dag 1: Het Spaanse Alfabet en Uitspraak
- Leer het Spaanse alfabet en hoe elke letter klinkt
- Focus op de vijf pure klinkerklanken: a, e, i, o, u
- Oefen de letters die verschillen van het Nederlands: ñ, ll, rr, j, h (stil)
- Spreken: Lees elke letter en de klank ervan 3 keer hardop
- Doel: In staat zijn elk Spaans woord dat u ziet uit te spreken, zelfs als u niet weet wat het betekent
Dag 2: Begroetingen en Basisfrasen
- Bestudeer basisbegroetingen en -frasen
- Leer: holahallo, buenos díasgoedemorgen, ¿cómo estás?hoe gaat het?, graciasdank u, por favoralstublieft, adiósdag
- Spreken: Oefen met het begroeten van een denkbeeldig persoon hardop. Herhaal de uitwisseling vijf keer
- Schrijven: Schrijf elke zin drie keer in uw notitieboek
Dag 3: Persoonlijke Voornaamwoorden en het Werkwoord Ser
- Bestudeer persoonlijke voornaamwoorden: yo, tú, él/ella, nosotros, ellos/ellas
- Bestudeer het werkwoord ser in de tegenwoordige tijd
- Leer uw naam, waar u vandaan komt en uw beroep te zeggen
- Spreken: Stel uzelf voor in het Spaans: Soy [nombre]. Soy de [país]. Soy [profesión].Ik ben [naam]. Ik kom uit [land]. Ik ben [beroep].
- Lezen: Uw eerste A1-verhaal
Dag 4: Het Werkwoord Estar en Emoties
- Bestudeer het werkwoord estar in de tegenwoordige tijd
- Leer het verschil: ser vs. estar
- Leer basisemoties: contentoblij, cansadomoe, enfermoziek, ocupadodruk
- Spreken: Beschrijf hoe u zich nu voelt met behulp van estar
- Lezen: Nog een A1-verhaal
Dag 5: Zelfstandige Naamwoorden, Geslacht en Lidwoorden
- Bestudeer geslacht van zelfstandige naamwoorden en lidwoorden: el/la, un/una
- Leer de geslachtregels: woorden die eindigen op -o (meestal mannelijk), -a (meestal vrouwelijk)
- Leer 15 veelvoorkomende zelfstandige naamwoorden met hun lidwoorden
- Schrijven: Schrijf tien zinnen met zelfstandige naamwoorden en de juiste lidwoorden
- Lezen: Nog een A1-verhaal
Dag 6: Getallen 1-100 en Tijd Vertellen
- Leer getallen 1-100
- Leer de tijd te vertellen: ¿Qué hora es?Hoe laat is het? Son las tresHet is drie uur
- Spreken: Oefen met het hardop zeggen van willekeurige getallen. Test uzelf
- Lezen: Nog een A1-verhaal
Dag 7: Week 1 Herhaling
- Herhaal alle woordenschat van Dagen 1-6
- Herlees uw favoriete A1-verhaal van deze week
- Spreekuitdaging: Neem uzelf op terwijl u uzelf voorstelt, zegt hoe u zich voelt en de tijd vertelt — alles in het Spaans
- Schrijven: Schrijf een korte alinea over uzelf (5-8 zinnen)
Na Week 1, wat kunt u in het Spaans doen?
Week 2: Zinnen Bouwen (Dagen 8-14)
Deze week begint u met het vormen van echte zinnen met werkwoorden, vragen en beschrijvingen.
Dag 8: Regelmatige -AR Werkwoorden
- Bestudeer regelmatige -ar werkwoorden in de tegenwoordige tijd
- Leer: hablarspreken, estudiarstuderen, trabajarwerken, caminarlopen, cocinarkoken
- Spreken: Maak vijf zinnen over uw dagelijks leven met -ar werkwoorden
- Lezen: Een A1-verhaal, met focus op werkwoorden
Dag 9: Regelmatige -ER en -IR Werkwoorden
- Bestudeer regelmatige -er en -ir werkwoorden
- Leer: comereten, beberdrinken, leerlezen, escribirschrijven, vivirwonen
- Spreken: Beschrijf wat u eet en drinkt op een typische dag
- Lezen: Een A1-verhaal
Dag 10: Vraagwoorden
- Bestudeer vraagwoorden: qué, quién, cuándo, dónde, cómo, por qué, cuánto
- Oefen met het vormen van vragen uit beweringen
- Spreken: Stel uzelf 10 vragen in het Spaans en beantwoord ze
- Schrijven: Schrijf vijf vragen die u aan een nieuwe vriend zou stellen
Dag 11: Het Werkwoord Tener en Veelvoorkomende Uitdrukkingen
- Bestudeer het werkwoord tener
- Leer tener-uitdrukkingen: tener hambrehonger hebben, tener seddorst hebben, tener sueñoslaperig zijn, tener ... añosX jaar oud zijn
- Spreken: Zeg uw leeftijd, beschrijf wat u nodig heeft en druk fysieke toestanden uit
- Lezen: Een A1-verhaal
Dag 12: Het Werkwoord Ir en Plannen Maken
- Bestudeer het werkwoord ir (gaan)
- Leer de nabije toekomst: ir + a + infinitief (Voy a estudiarIk ga studeren)
- Spreken: Beschrijf vijf dingen die u morgen gaat doen
- Lezen: Een A1-verhaal
Dag 13: Het Werkwoord Gustar en Voorkeuren
- Bestudeer het werkwoord gustar
- Leer om voorkeuren uit te drukken: Me gusta el caféIk houd van koffie, No me gusta el pescadoIk houd niet van vis
- Spreken: Noem tien dingen die u leuk vindt en vijf dingen die u niet leuk vindt
- Lezen: Een A1-verhaal
Dag 14: Week 2 Herhaling
- Herhaal alle werkwoorden van deze week
- Spreekuitdaging: Houd een monoloog van twee minuten over uw dagelijkse routine, uw plannen voor morgen en wat u leuk/niet leuk vindt
- Schrijven: Schrijf een alinea over uw typische dag (8-10 zinnen)
- Lezen: Herlees een favoriet verhaal van deze week
Rangschik de woorden om een correcte zin te vormen:
Week 3: Uw Wereld Uitbreiden (Dagen 15-21)
Deze week voegen we beschrijvingen, basis verleden tijd en complexere situaties toe.
Dag 15: Bijvoeglijke Naamwoorden en Beschrijvingen
- Leer veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden en overeenkomstregels (mannelijk/vrouwelijk, enkelvoud/meervoud)
- Oefen: grandegroot, pequeñoklein, nuevonieuw, viejooud, buenogoed, maloslecht
- Spreken: Beschrijf vijf voorwerpen in uw kamer met bijvoeglijke naamwoorden
- Lezen: Een A2-verhaal — daag uzelf uit!
Dag 16: Voedsel en Restaurantwoordenschat
- Leer essentiële voedselwoordenschat
- Oefen restaurantfrasen: Me gustaría...Ik zou graag willen..., La cuenta, por favorDe rekening, alstublieft
- Spreken: Speel een rollenspel waarbij u een maaltijd in een restaurant bestelt
- Lezen: Een A2-verhaal
Dag 17: Richtingen en Zich Verplaatsen
- Leer plaatsaanduidingen: izquierdalinks, derecharechts, derechorechtdoor, cercadichtbij, lejosver weg
- Leer om basisrichtingen te vragen en te begrijpen
- Spreken: Geef aanwijzingen van uw huis naar de dichtstbijzijnde winkel
- Lezen: Een A2-verhaal
Dag 18: Stamwisselende Werkwoorden
- Bestudeer stamwisselende werkwoorden: querer, poder, pedir
- Oefen: quieroIk wil, puedoIk kan, pidoIk vraag om
- Spreken: Druk vijf dingen uit die u wilt en vijf dingen die u kunt doen
- Lezen: Een A2-verhaal
Dag 19: De Verleden Tijd (Preteritum Basis)
- Bestudeer regelmatig preteritum — voor nu alleen de regelmatige vormen
- Oefen: habléik sprak, comíik at, vivíik woonde
- Spreken: Vertel iemand wat u gisteren deed met vijf preteritumzinnen
- Lezen: Een A2-verhaal
Dag 20: Reflexieve Werkwoorden en Dagelijkse Routine
- Bestudeer reflexieve werkwoorden
- Leer: despertarsewakker worden, ducharsedouchen, vestirsezich aankleden, acostarsenaar bed gaan
- Spreken: Beschrijf uw ochtendroutine van begin tot eind
- Lezen: Een A2-verhaal
Dag 21: Week 3 Herhaling
- Herhaal alle stof van Week 3
- Spreekuitdaging: Beschrijf uw gisteren van ochtend tot avond met behulp van de verleden tijd en reflexieve werkwoorden
- Schrijven: Schrijf een alinea over uw afgelopen weekend (10+ zinnen met een mix van tegenwoordige en verleden tijd)
Week 4: Alles Samenbrengen (Dagen 22-30)
De laatste week richt zich op consolidatie, oefening in de praktijk en het opbouwen van zelfvertrouwen.
Dag 22: Weer en Plannen Maken
- Leer weerwoordenschat: Hace calorHet is warm, Hace fríoHet is koud, Está lloviendoHet regent
- Oefen met het combineren van weer + plannen: Como está lloviendo, voy a quedarme en casaOmdat het regent, blijf ik thuis
- Lezen: Een A2-verhaal
Dag 23: Winkelen en Geld
- Leer winkelwoordenschat: ¿Cuánto cuesta?Hoeveel kost het?, Me lo llevoIk neem het
- Oefen met het afhandelen van transacties in het Spaans
- Spreken: Speel een rollenspel waarbij u iets in een winkel koopt
- Lezen: Een A2-verhaal
Dag 24: Gezondheid en Noodgevallen
- Leer basiszinnen over gezondheid: No me siento bienIk voel me niet goed, Necesito un doctorIk heb een dokter nodig
- Leer lichaamsdelen en hoe u symptomen kunt beschrijven
- Spreken: Oefen met het beschrijven van een eenvoudig gezondheidsprobleem
- Lezen: Een A2-verhaal
Dag 25: Directe Object Voornaamwoorden
- Bestudeer directe object voornaamwoorden: lo, la, los, las
- Oefen met het vervangen van zelfstandige naamwoorden: Lo veoIk zie het, La tengoIk heb het (vrouwelijk)
- Lezen: Een A2-verhaal, let op voornaamwoorden
Dag 26: Geboden en Verzoeken
- Bestudeer basisgeboden
- Leer beleefde verzoeken: ¿Podría ayudarme?Zou u mij kunnen helpen?, DimeVertel mij
- Spreken: Oefen met het geven en ontvangen van aanwijzingen met behulp van geboden
Dag 27: Consolidatie Dag — Lezen en Luisteren
- Lees drie A2-verhalen achter elkaar
- Luister naar de audio van de verhalen en oefen met 'shadowing' (nabootsen)
- Merk patronen, terugkerende woordenschat en grammaticale structuren op
- Schrijven: Vat één verhaal samen in uw eigen woorden (5-8 zinnen)
Dag 28: Gesprekssimulatie Dag
- Oefen een volledige gespreksimulatie: iemand ontmoeten, small talk, informatie uitwisselen, plannen maken, afscheid nemen
- Gebruik alle grammatica en woordenschat van de afgelopen 27 dagen
- Spreken: Voer de hele simulatie hardop uit, waarbij u beide rollen speelt
Dag 29: Persoonlijke Evaluatie — Zwakke Punten Identificeren
- Herzie uw notitieboek van de afgelopen 28 dagen
- Identificeer de drie grammaticapunten of woordenschatgebieden waar u het zwakst in bent
- Besteed vandaag aan het versterken van die zwakke punten
- Lezen: Nog een A2-verhaal, probeer een B1-verhaal
Uw 30-Dagen Momentopname
| Week | Focus | U Zult In Staat Zijn Te |
|---|---|---|
| Week 1 | Klanken, begroetingen, ser/estar | Uzelf voorstellen, emoties uiten, de tijd vertellen |
| Week 2 | Kernwerkwoorden, vragen, plannen | Het dagelijks leven beschrijven, plannen maken, voorkeuren uiten |
| Week 3 | Beschrijvingen, verleden tijd, routines | Praten over gisteren, dingen beschrijven, situaties navigeren |
| Week 4 | Praktijksituaties, consolidatie | Winkelen, gezondheid, gesprekken afhandelen en verhalen lezen |
Dertig dagen vanaf nu zult u een ander persoon zijn. Niet vloeiend — maar functioneel, zelfverzekerd en verslaafd. En dat is alles wat u nodig heeft om door te gaan.
¡Empecemos!Laten we beginnen! Dag 1 begint nu.