no solo... sino...vsno solo... sino también...
/noh SOH-loh... SEE-noh/
/noh SOH-loh... SEE-noh tahm-BYEN/
💡 Vuistregel
Gebruik deze structuur om een tweede, vaak verrassendere of belangrijkere, informatie toe te voegen.
Denk: 'Niet alleen DIT, maar (hou je vast...) OOK DAT!'
- Als het tweede deel zijn eigen vervoegd werkwoord heeft (een nieuwe actie), moet je 'sino que' gebruiken. Bijvoorbeeld: 'No solo canta, sino que baila'.
📊 Vergelijkingstabel
| Context | no solo... sino... | no solo... sino también... | Waarom? |
|---|---|---|---|
| Basic Addition | Hablo no solo español, sino francés. | Hablo no solo español, sino también francés. | Both are correct. 'Sino también' is more common in everyday conversation and adds a bit more emphasis. |
| Describing Something | El restaurante es no solo caro, sino malo. | El restaurante es no solo caro, sino también malo. | Both work. Using 'también' reinforces that the second quality is an additional, important fact. |
| When a Verb Follows | No solo estudia, sino que trabaja. | No solo estudia, sino que también trabaja. | Crucially, when a new conjugated verb follows, you must use 'sino que'. The 'también' is still optional for emphasis. |
✅ Wanneer gebruik je "no solo... sino..." / no solo... sino también...
no solo... sino...
'Niet alleen... maar...' Een structuur die wordt gebruikt om twee gerelateerde ideeën te verbinden, waarbij het tweede idee bij het eerste optelt of het verhoogt.
/noh SOH-loh... SEE-noh/
Twee zelfstandige naamwoorden verbinden
Necesito no solo tu ayuda, sino tu consejo.
Ik heb niet alleen jouw hulp nodig, maar ook jouw advies.
Twee bijvoeglijke naamwoorden verbinden
El viaje fue no solo largo, sino agotador.
De reis was niet alleen lang, maar ook vermoeiend.
Twee infinitieven (onbepaalde werkwoorden) verbinden
Debemos no solo estudiar el problema, sino proponer soluciones.
We moeten niet alleen het probleem bestuderen, maar ook oplossingen voorstellen.
no solo... sino también...
'Niet alleen... maar ook...' De meer gebruikelijke en iets nadrukkelijkere versie van de structuur. 'También' voegt gewicht toe aan het tweede element.
/noh SOH-loh... SEE-noh tahm-BYEN/
Twee zelfstandige naamwoorden verbinden
Compró no solo flores, sino también chocolates.
Hij kocht niet alleen bloemen, maar ook chocolaatjes.
Twee bijvoeglijke naamwoorden verbinden
Ella es no solo inteligente, sino también muy creativa.
Ze is niet alleen intelligent, maar ook erg creatief.
Twee bijwoorden verbinden
Conduce no solo rápido, sino también con mucho cuidado.
Hij rijdt niet alleen snel, maar ook heel voorzichtig.
🔄 Contrastvoorbeelden
Met "no solo... sino...":
La casa es no solo grande, sino luminosa.
Het huis is niet alleen groot, maar licht.
Met "no solo... sino también...":
La casa es no solo grande, sino también luminosa.
Het huis is niet alleen groot, maar ook licht.
Het verschil: Deze zijn praktisch uitwisselbaar. 'Sino también' is iets gebruikelijker en voelt voor de meeste sprekers iets completer aan. Je kunt er geen fout mee maken.
Met "no solo... sino...":
Él no solo lee libros, sino que escribe poemas.
Hij leest niet alleen boeken, maar hij schrijft gedichten.
Met "no solo... sino también...":
Él no solo lee libros, sino que también escribe poemas.
Hij leest niet alleen boeken, maar hij schrijft ook gedichten.
Het verschil: Dit is het belangrijkste onderscheid. Wanneer het tweede deel een nieuw werkwoord heeft, MOET je 'sino que' gebruiken. De 'también' is optioneel maar zeer gebruikelijk voor nadruk.
🎨 Visuele vergelijking
Een cartoon met twee panelen die 'niet alleen' versus 'maar ook' laten zien. Het eerste paneel heeft één item, het tweede paneel heeft het eerste item plus een ander, beter item.
'No solo... sino también...' is als zeggen: 'Niet alleen dit, maar je krijgt er ook dit geweldige ding bij!'
⚠️ Veelgemaakte fouten
No solo es inteligente, pero también es amable.
No solo es inteligente, sino que también es amable.
Je kunt 'pero' niet gebruiken in deze structuur. Het juiste voegwoord is 'sino' of 'sino que'.
No solo cocinamos, sino jugamos a las cartas.
No solo cocinamos, sino que también jugamos a las cartas.
Wanneer je een tweede, ander vervoegd werkwoord introduceert (cocinamos -> jugamos), moet je 'sino que' gebruiken.
Me gusta no solo el café, también el té.
Me gusta no solo el café, sino también el té.
Je hebt de 'sino' nodig om de twee delen van de zin te verbinden; 'también' alleen is niet voldoende.
📚 Gerelateerde grammatica
Wil je de grammatica achter dit paar begrijpen? Bekijk deze lessen voor een uitgebreide uitleg:
🏷️ Kernwoorden
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: No solo... sino... versus No solo... sino también...
Vraag 1 van 2
Kies de juiste manier om de zin af te maken: 'No solo canta, ___ baila muy bien.'
🏷️ Tags
Veelgestelde Vragen
Kan ik gewoon 'no solo... y también...' zeggen?
Nee, dat is een veelgemaakte fout voor Nederlandstaligen. De juiste Spaanse structuur vereist 'sino' of 'sino que' om de twee ideeën te verbinden. Denk aan 'no solo' en 'sino' als een vast paar.
Is het altijd 'sino que' als er een werkwoord is?
Het is 'sino que' als er een nieuw VERVOEGD werkwoord is (een actiewerkwoord dat verandert afhankelijk van wie het doet). Als je twee infinitieven (de 'te doen'-vorm van een werkwoord) verbindt, gebruik je alleen 'sino'. Bijvoorbeeld: 'Quiero no solo viajar, sino vivir en España.'
Mag ik 'también' weglaten?
Ja, dat mag. 'No solo... sino...' is grammaticaal perfect. In het moderne gesproken Spaans is het toevoegen van 'también' echter extreem gebruikelijk en klinkt het vaak natuurlijker.
