árbol
“árbol” betekent “boom” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
boom
Ook: as
📝 In Actie
El parque está lleno de árboles viejos y grandes.
A1Het park staat vol met oude en grote bomen.
Hay que podar el árbol antes de que llegue el invierno.
A2We moeten de boom snoeien voordat de winter komt.
Mi abuelo dibujó nuestro árbol genealógico en papel.
B1Mijn grootvader tekende onze stamboom op papier.
as, as
Ook: mast
📝 In Actie
El motor requiere la reparación del árbol de levas.
B2De motor vereist de reparatie van de nokkenas.
El navío izó la bandera en el árbol principal.
C1Het schip hees de vlag aan de hoofdmas.
Vocabulary Collections
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: árbol
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt het woord 'árbol' correct?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt rechtstreeks van het klassieke Latijnse woord *arbor* (wat 'boom' betekent). Het is een van de oudste en meest stabiele zelfstandige naamwoorden in de Spaanse taal en behoudt zijn mannelijke geslacht en kernbetekenis door de geschiedenis heen.
Eerste vermelding: Before 10th century (Common Ibero-Romance)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom is 'árbol' mannelijk terwijl veel Spaanse zelfstandige naamwoorden die op -l eindigen vrouwelijk zijn?
'Árbol' is een historische uitzondering op de gebruikelijke regels. Het behoudt het mannelijke geslacht dat het in het Latijn had (*arbor* was mannelijk). U moet altijd 'el árbol' zeggen en nooit 'la árbol'.
Hoe verschilt 'árbol' van 'arbusto'?
Een 'árbol' is een grote plant met één houtachtige stam en een kroon van bladeren, terwijl een 'arbusto' een struik is—een kleinere, lagere plant met meerdere houtachtige stelen die uit de grond komen.

