conoció
“conoció” betekent “ontmoette” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
ontmoette, leerden kennen
Ook: maakte kennis met
📝 In Actie
Ella conoció a su mejor amiga en la universidad.
A2Zij ontmoette haar beste vriendin op de universiteit.
Usted conoció la verdad después de la reunión.
B1U (formeel) kwam de waarheid te weten na de vergadering.
Él conoció el trabajo cuando era joven.
B2Hij maakte kennis met het werk toen hij jong was.
ervoer, werd blootgesteld aan
Ook: was getuige van
📝 In Actie
El país conoció una grave crisis económica el año pasado.
B2Het land ervoer vorig jaar een ernstige economische crisis.
La región conoció un auge de creatividad artística.
C1De regio was getuige van een opleving van artistieke creativiteit.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: conoció
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt correct 'conoció' (ontmoette) in plaats van 'conocía' (kende)?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het werkwoord *conocer* komt rechtstreeks van het Latijnse woord *cognoscere*, wat 'weten' of 'leren kennen' betekende, waarbij de nadruk ligt op het proces van het verkrijgen van kennis of herkenning.
Eerste vermelding: 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'conoció' en 'supo'?
'Conoció' (van *conocer*) betekent 'ontmoette' een persoon of 'ontdekte' een plaats. 'Supo' (van *saber*) betekent 'kwam te weten' een stukje informatie of een feit. Bijvoorbeeld: 'Él conoció al doctor' (Hij ontmoette de dokter) versus 'Él supo la noticia' (Hij kwam het nieuws te weten).
Als ik wil zeggen 'Hij kende haar (lange tijd)', moet ik dan 'conoció' gebruiken?
Nee. Gebruik de imperfectum-tijd: 'Él la conocía.' 'Conoció' verwijst specifiek naar het moment waarop hij haar *begon* te kennen (de ontmoeting). 'Conocía' verwijst naar de voortdurende staat van kennen.

