Inklingo

harás

ah-RAHS/aˈɾas/

jij zult doen

Ook: jij zult verrichten
WerkwoordA2irregular er
Een vastberaden jong persoon in sportkleding staat aan de startlijn van een atletiekbaan, klaar om aan een race of sportsessie te beginnen, wat een toekomstige actie symboliseert.
infinitivehacer
gerundhaciendo
past Participlehecho

📝 In Actie

¿Qué harás este fin de semana?

A2

Wat ga jij dit weekend doen?

Primero harás la tarea y luego podrás jugar.

A2

Eerst maak je je huiswerk, en daarna mag je spelen.

Si no estudias, no harás bien el examen.

B1

Als je niet studeert, zul je niet goed presteren op het examen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • realizarás (jij zult uitvoeren)

Antoniemen

  • desharás (jij zult ongedaan maken)

Veelvoorkomende Collocaties

  • harás ejerciciojij zult sporten
  • harás un favorjij zult een gunst doen
  • harás las pacesjij zult vrede sluiten

jij zult maken

Ook: jij zult creëren, jij zult bereiden
WerkwoordA2irregular er
Een vrolijk kind met een koksmuts en schort houdt een grote garde vast terwijl hij trots kijkt naar een versgebakken, felgekleurde taart op een aanrecht.
infinitivehacer
gerundhaciendo
past Participlehecho

📝 In Actie

Mañana harás una torta de chocolate para mi cumpleaños.

A2

Morgen maak jij een chocoladetaart voor mijn verjaardag.

¿Me harás un café, por favor?

A2

Zou je een kopje koffie voor me willen maken, alstublieft?

Con estas piezas, harás un modelo a escala del avión.

B1

Met deze stukken zul jij een schaalmodel van het vliegtuig maken.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • crearás (jij zult creëren)
  • fabricarás (jij zult vervaardigen)
  • prepararás (jij zult bereiden)

Veelvoorkomende Collocaties

  • harás la cenajij zult het avondeten maken
  • harás una llamadajij zult een telefoontje plegen
  • harás la camajij zult het bed opmaken

Idiomen & Uitdrukkingen

  • harás de tripas corazónjij zult de moed verzamelen om iets moeilijks te doen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedhace
yohago
haces
ellos/ellas/ustedeshacen
nosotroshacemos
vosotroshacéis

imperfect

él/ella/ustedhacía
yohacía
hacías
ellos/ellas/ustedeshacían
nosotroshacíamos
vosotroshacíais

preterite

él/ella/ustedhizo
yohice
hiciste
ellos/ellas/ustedeshicieron
nosotroshicimos
vosotroshicisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedhaga
yohaga
hagas
ellos/ellas/ustedeshagan
nosotroshagamos
vosotroshagáis

imperfect

él/ella/ustedhiciera
yohiciera
hicieras
ellos/ellas/ustedeshicieran
nosotroshiciéramos
vosotroshicierais

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: harás

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'harás' om 'jij zult maken' te betekenen?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
demásverásjamásatrás
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse woord 'facere', wat 'doen' of 'maken' betekende. In de loop van vele eeuwen in het Spaans is de beginklank 'f' verzacht tot een stomme 'h'. De toekomstige tijdsvorm zelf is een leuke afkorting: deze werd oorspronkelijk gevormd door het infinitief ('hacer') te combineren met de tegenwoordige tijd van 'haber' ('has'), waarbij 'hacer has' werd samengevoegd tot 'harás'.

Eerste vermelding: Evolved from Latin over centuries, with future tense forms solidifying in early Spanish.

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: farásItalian: faraiFrench: feras

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'harás' en 'haces'?

'Harás' is voor de toekomst ('jij zult doen/maken'), sprekend over iets dat nog niet is gebeurd. 'Haces' is voor het heden ('jij doet/maakt'), sprekend over nu of een regelmatige gewoonte.

Is 'harás' formeel of informeel?

'Harás' is de informele manier om 'jij zult doen' te zeggen, gebruikt bij het spreken met een vriend, familielid of iemand van jouw leeftijd (de 'tú'-vorm). Voor een formelere situatie zou je 'hará' gebruiken (de 'usted'-vorm).

Waarom lijkt het niet op 'hacerás'?

Goede vraag! 'Hacer' is een onregelmatig werkwoord in de toekomende tijd. In plaats van het volledige infinitief 'hacer-' te gebruiken, wordt het ingekort tot 'har-'. Veel veelvoorkomende werkwoorden doen dit, zoals 'poder' (podrás) en 'saber' (sabrás).