Inklingo

tenéis

teh-NEH-ees/teˈneis/

jullie hebben

Ook: jullie vasthouden, jullie bezitten
WerkwoordA1irregular er
Latin America
Twee lachende kinderen zitten samen op een geruite deken, elk met één handvat van een felgekleurde picknickmand vol broodjes en fruit.
infinitivetener
gerundteniendo
past Participletenido

📝 In Actie

¿Tenéis un coche rojo?

A1

Hebben jullie een rode auto?

Tenéis muchas ideas buenas.

A2

Jullie hebben veel goede ideeën.

Vosotros tenéis la llave de la casa, ¿verdad?

A1

Jullie hebben de huissleutel, toch?

Woordverbindingen

Synoniemen

  • poseéis (jullie bezitten (formeel))

Veelvoorkomende Collocaties

  • Tenéis razónJullie hebben gelijk
  • Tenéis hambreJullie hebben honger

Idiomen & Uitdrukkingen

  • Tener buena pintaEr goed/lekker uitzien

jullie zijn

WerkwoordA1irregular er
Twee tieners staan naast een kleine verjaardagstaart met brandende kaarsen, glimlachend terwijl ze zich klaarmaken om een wens te doen.

📝 In Actie

¿Cuántos años tenéis vuestros hijos?

A1

Hoe oud zijn jullie kinderen?

Si tenéis 18 años, podéis votar.

A2

Als jullie 18 jaar oud zijn, mogen jullie stemmen.

jullie moeten, jullie zijn verplicht

WerkwoordA2irregular er
Twee broers en zussen staan in een rommelige kamer naast een grote mand, met schoonmaakgereedschap in hun handen, wat aangeeft dat ze het rondslingerende speelgoed moeten opruimen.

📝 In Actie

Tenéis que estudiar para el examen de mañana.

A2

Jullie moeten morgen voor het examen studeren.

Si tenéis que ir, volved pronto.

B1

Als jullie weg moeten, kom dan snel terug.

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedtiene
yotengo
tienes
ellos/ellas/ustedestienen
nosotrostenemos
vosotrostenéis

imperfect

él/ella/ustedtenía
yotenía
tenías
ellos/ellas/ustedestenían
nosotrosteníamos
vosotrosteníais

preterite

él/ella/ustedtuvo
yotuve
tuviste
ellos/ellas/ustedestuvieron
nosotrostuvimos
vosotrostuvisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedtenga
yotenga
tengas
ellos/ellas/ustedestengan
nosotrostengamos
vosotrostengáis

imperfect

él/ella/ustedtuviera
yotuviera
tuvieras
ellos/ellas/ustedestuvieran
nosotrostuviéramos
vosotrostuvierais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "tenéis" in het Spaans:

jullie bezittenjullie vasthouden

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: tenéis

Vraag 1 van 2

Welk Nederlands werkwoord wordt het vaakst vervangen door 'tener' in het Spaans, wat resulteert in de vorm 'tenéis'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
tener(hebben)Werkwoord
tengo(ik heb)Werkwoord
tened(heb (gebiedende wijs vosotros))Werkwoord
🎵 Rijmwoorden
traéisleéis
📚 Etymologie

Het werkwoord 'tener' komt van het Latijnse werkwoord *tenēre*, wat 'houden' of 'bewaren' betekende. Deze oorsprong verklaart waarom het Spaans het gebruikt voor bezit ('een object vasthouden') en voor fysieke toestanden ('een sensatie zoals kou of honger vasthouden').

Eerste vermelding: Vulgar Latin period (likely 3rd-8th century)

Cognaten (Verwante woorden)

Italian: tenereFrench: tenir

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'tenéis' hetzelfde als 'tienen'?

Nee, ze betekenen allebei 'jullie hebben' (meervoud), maar ze worden gebruikt voor verschillende voornaamwoorden. 'Tenéis' is voor 'vosotros' (informeel meervoud, Spanje), terwijl 'tienen' is voor 'ustedes' (formeel meervoud overal, informeel meervoud in Latijns-Amerika).

Moet ik 'tenéis' bestuderen als ik Latijns-Amerikaans Spaans leer?

Je moet het herkennen, maar je hoeft het niet te gebruiken. Het Latijns-Amerikaanse Spaans gebruikt 'tienen' (van 'ustedes') in alle situaties waarin een meervoudig 'jullie' nodig is.