Hoe zeg je "ik" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “ik” is “yo” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
PronounA1
Gebruikt om naar jezelf te verwijzen wanneer jij degene bent die de actie uitvoert.

Voorbeelden
Yo soy de Canadá.
Ik kom uit Canada.
Yo hablo un poco de español.
Ik spreek een beetje Spaans.
¿Quién quiere pizza? ¡Yo!
Wie wil er pizza? Ik wel!
De 'optionele' Yo
In het Spaans vertelt de werkwoordsuitgang je meestal wie de actie uitvoert. Omdat 'hablo' (ik spreek) alleen voor 'yo' kan zijn, kun je 'yo' vaak weglaten. 'Hablo español' betekent hetzelfde als 'Yo hablo español'.
Zeggen dat je iets leuk vindt...
Fout: “Wanneer je wilt zeggen wat je leuk vindt, wil je misschien zeggen 'Yo gusto...'.”
Correctie: De juiste manier is 'Me gusta...'. Om nadruk te leggen, zeg je 'A mí me gusta...', waarbij je 'mí' gebruikt in plaats van 'yo'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.