Hoe zeg je "jij vertrouwt" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “jij vertrouwt” is “confías” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿Confías en que él guardará el secreto?
Vertrouw jij erop dat hij het geheim bewaart?
Si confías en la tecnología, este coche conducirá solo.
Als je de technologie vertrouwt, rijdt deze auto vanzelf.
Tú siempre confías demasiado rápido en la gente.
Je vertrouwt mensen altijd te snel.
De Accentregel
Het woord 'confías' heeft een accent op de 'i' om de klanken te scheiden, waardoor je het als drie afzonderlijke lettergrepen moet uitspreken: con-FIE-as. Dit accent is vereist in alle vormen behalve 'nosotros' en 'vosotros' in de tegenwoordige tijd.
Vereist Voorzetsel
Wanneer je zegt wat of wie je vertrouwt, vereist het werkwoord 'confiar' bijna altijd het kleine woordje 'en' (in/op) direct erna. Je kunt niet zomaar zeggen 'Yo confío mi amigo'.
Het vergeten van 'en'
Fout: “Tú confías tus amigos.”
Correctie: Tú confías **en** tus amigos. Het Spaanse werkwoord heeft 'en' nodig om de vertrouwenshandeling te koppelen aan de persoon of het ding dat vertrouwd wordt.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.