Hoe zeg je "azteek" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “azteek” is “azteca” — A2 niveau.
Dutch → SpaansA2
nounA2
Een persoon die behoort tot de Azteekse beschaving

Voorbeelden
Los aztecas fundaron Tenochtitlán en 1325.
De Azteken stichtten Tenochtitlán in 1325.
Un joven azteca caminaba por el mercado.
Een jonge Azteek liep door de markt.
Ella es una experta en la vida de los aztecas.
Zij is een expert in het leven van de Azteken.
Geslacht en lidwoorden
Ook al eindigt het woord op 'a', je verandert het lidwoord om het geslacht aan te geven: 'el azteca' voor een man en 'la azteca' voor een vrouw.
Correct meervoud vormen
Fout: “Los azteca son valientes.”
Correctie: Los aztecas son valientes. Vergeet de 's' niet als je over de groep praat!
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.