Hoe zeg je "bask" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “bask” is “vasco” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA2
nounA2
een persoon uit Baskenland

Voorbeelden
Mi abuelo era vasco.
Mijn grootvader was Bask.
Los vascos tienen tradiciones muy antiguas.
Baskische mensen hebben zeer oude tradities.
He conocido a una vasca en el viaje.
Ik ontmoette een Baskische vrouw tijdens de reis.
Mannelijk en Vrouwelijk
Gebruik 'el vasco' voor een man en 'la vasca' voor een vrouw.
Gebruik 'un' niet bij 'ser'
Fout: “Soy un vasco.”
Correctie: Soy vasco.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.