Hoe zeg je "biscuit" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “biscuit” is “galletita” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿Quieres una galletita de chocolate?
Wil je een chocoladekoekje?
Compré galletitas de agua para el queso.
Ik kocht wat zoutjes voor de kaas.
Mi abuela siempre tiene una lata llena de galletitas.
Mijn oma heeft altijd een blik vol koekjes.
Het 'kleine' achtervoegsel
Het achtervoegsel '-ita' betekent meestal dat iets klein is. Terwijl 'galleta' een koekje is, betekent 'galletita' letterlijk 'klein koekje', maar het wordt vaak gewoon gebruikt om vriendelijker of informeler te klinken.
Geslachtsovereenkomst
Omdat het eindigt op '-a', is het een vrouwelijk woord. Gebruik er altijd 'la' of 'una' mee (bijv. 'la galletita').
Koekjes versus zoutjes
Fout: “Denken dat 'galletita' alleen voor zoete koekjes staat.”
Correctie: In veel Spaanstalige landen verwijst 'galletita' naar zowel zoete koekjes als zoute crackers. Je moet naar de context kijken!
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.