Hoe zeg je "één zijn" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “één zijn” is “serlo” — B1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿Es difícil ser médico? No sé, pero debe **serlo**.
Is het moeilijk om arts te zijn? Ik weet het niet, maar het moet **zo zijn**.
Ella dice que es una persona paciente, pero dudo que pueda **serlo** siempre.
Zij zegt dat ze een geduldig persoon is, maar ik betwijfel of ze dat altijd **kan zijn**.
Para triunfar, tienes que estar convencido de que puedes **serlo**.
Om te slagen, moet je ervan overtuigd zijn dat je **het kunt zijn** (succesvol kunt zijn).
Wat 'lo' vervangt
De 'lo' die aan 'ser' vastzit, is een neutraal voornaamwoord dat een heel concept, kenmerk of status vervangt die eerder is genoemd. Het functioneert als 'dat' of 'zo' in het Nederlands.
Regel voor vasthechting
In het Spaans hechten voornaamwoorden zoals 'lo' zich altijd direct aan het einde van infinitieven ('serlo') en gerundia ('siéndolo'), waardoor één woord ontstaat.
Het voornaamwoord scheiden
Fout: “Quiero lo ser.”
Correctie: Quiero serlo. Het voornaamwoord moet aan de infinitief vastzitten als er geen vervoegd werkwoord voor staat, of als de infinitief het hoofdwerkwoord van de zin is.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.