Hoe zeg je "frans" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “frans” is “francés” — gebruik 'francés' als bijvoeglijk naamwoord om iets of iemand te beschrijven die uit Frankrijk komt, of om te verwijzen naar de Franse taal.
francés
Voorbeelden
Me encanta el queso francés.
Ik ben dol op Franse kaas.
francés
Voorbeelden
El francés es una lengua romance.
Frans is een Romaanse taal.
francesa
frahn-SEH-sahfɾanˈsesa

Voorbeelden
La Torre Eiffel es una estructura francesa muy famosa.
De Eiffeltoren is een zeer beroemde Franse constructie.
Me encanta la sopa de cebolla francesa.
Ik hou van Franse uiensoep.
Mi amiga habla la lengua francesa con fluidez.
Mijn vriend spreekt de Franse taal vloeiend.
Geslachtsovereenkomst
Dit woord is de vrouwelijke vorm. Je moet 'francesa' gebruiken bij het beschrijven van een vrouwelijk zelfstandig naamwoord (zoals 'casa' of 'cultura') en 'francés' bij het beschrijven van een mannelijk zelfstandig naamwoord (zoals 'vino' of 'idioma'). Dit is vergelijkbaar met het Nederlands, waar je ook mannelijke en vrouwelijke/onzijdige vormen hebt, hoewel Spaans strikter is met geslachtstoewijzing.
Geslachten Verwarren
Fout: “El queso francesa es delicioso.”
Correctie: El queso francés es delicioso. ('Queso' is mannelijk, dus het bijvoeglijk naamwoord moet 'francés' zijn. In het Nederlands is kaas ook vrouwelijk, maar in het Spaans is het mannelijk.)
Verwarring tussen 'francés' en 'francesa'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
