Hoe zeg je "fruit" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “fruit” is “fruta” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Me gusta comer mucha fruta fresca en el desayuno.
Ik eet graag veel vers fruit bij het ontbijt.
Mi fruta favorita es la sandía.
Mijn favoriete fruit is watermeloen.
La frutería vende diferentes tipos de fruta de temporada.
De fruitwinkel verkoopt verschillende soorten seizoensfruit.
Altijd Vrouwelijk
Hoewel het met 'fr-' begint, is 'fruta' een vrouwelijk zelfstandig naamwoord (de-woord). Gebruik altijd 'la fruta' of 'una fruta'.
Fruta en Verdura Verwarren
Fout: “Het gebruik van 'groente' of 'vegetal' voor zoete producten zoals appels.”
Correctie: 'Fruta' verwijst naar het zoete, zaaddragende deel van een plant (appels, bananen). 'Verdura' of 'vegetal' verwijst naar hartige delen zoals bladeren, stengels of wortels (spinazie, wortels).
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.