Hoe zeg je "je bent" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “je bent” is “estás” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
VerbA1
om te zeggen waar iemand zich bevindt

Voorbeelden
¿Estás en la oficina?
Ben je op kantoor?
Sé que estás aquí, puedo verte.
Ik weet dat je hier bent, ik kan je zien.
Si estás cerca, ven a saludar.
Als je in de buurt bent, kom dan even gedag zeggen.
Ser versus Estar: De Locatieregel
Wanneer je het hebt over waar een persoon of ding zich bevindt, gebruik je altijd een vorm van 'estar'. Voor locatie denk je aan 'estar'.
Het gebruik van 'eres' voor locatie
Fout: “Tú eres en la biblioteca.”
Correctie: Tú estás en la biblioteca. Het werkwoord 'ser' (zoals 'eres') vertelt je *wat* iets is, niet *waar* het is.
Andere betekenissen van “estás”
“estás” kan ook betekenen:
- het beschrijven van een tijdelijke toestand, gevoel of conditie(A1)
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.