Hoe zeg je "skiën" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “skiën” is “esquiar” — gebruik 'esquiar' als je de actie van het bewegen op ski's wilt beschrijven.
esquiar
es-kee-AHReskjaɾ

Voorbeelden
Me gusta esquiar en las montañas durante el invierno.
Ik ski graag in de bergen in de winter.
Nunca hemos esquiado en el agua, solo en la nieve.
We hebben nog nooit waterskiën gedaan, alleen op sneeuw.
Si nieva mañana, esquiaremos todo el día.
Als het morgen sneeuwt, skiën we de hele dag.
De klemtoon op de 'i'
Bij het zeggen van 'ik ski' of 'jij ski', wordt de 'i' luid en sterk, dus voegen we een accent toe: 'esquío' en 'esquías'. Dit voorkomt dat de 'i' en 'o' in één klank samenvloeien.
Water of Sneeuw
Het Spaans gebruikt hetzelfde werkwoord voor zowel water- als sneeuwskiën. Je specificeert gewoon 'en el agua' (in het water) of 'en la nieve' (in de sneeuw) als de context niet duidelijk is.
Ontbrekend accent
Fout: “Yo esquio en invierno.”
Correctie: Yo esquío en invierno. (Zet altijd een accent op de 'i' in de tegenwoordige tijd, behalve bij 'wij' en 'jullie'.)
esquí
Voorbeelden
Me encanta el esquí, pero hace mucho frío.
Ik hou van skiën, maar het is erg koud.
Werkwoord versus Zelfstandig Naamwoord
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
