Hoe zeg je "telefoon" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “telefoon” is “teléfono” — gebruik 'teléfono' als je verwijst naar het fysieke apparaat dat je gebruikt om te bellen.
Dutch → Spaans
teléfono
zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik 'teléfono' als je verwijst naar het fysieke apparaat dat je gebruikt om te bellen.
Voorbeelden
¿Me prestas tu teléfono para hacer una llamada?
Mag ik jouw telefoon lenen om te bellen?
telefónico
adjectiefA2neutraal
Gebruik 'telefónico' om iets te beschrijven dat betrekking heeft op de telefoon, zoals een nummer of een verbinding.
Voorbeelden
¿Me das tu número telefónico?
Kun je me je telefoonnummer geven?
Naamwoord of bijvoeglijk naamwoord?
De meest gemaakte fout is het door elkaar halen van 'teléfono' (het apparaat) en 'telefónico' (wat ermee te maken heeft). Onthoud: 'teléfono' is het ding, 'telefónico' beschrijft iets dat bij dat ding hoort.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.