Inklingo

aprendió

ah-pren-DYOH/aprenˈdjo/

aprendió betekent leerde in het Spaans (voltooide actie van kennisverwerving).

leerde

Ook: opstak, beheerste
WerkwoordA1regular er
Een lachende student houdt een kleine, volledig voltooide, kleurrijke legpuzzel omhoog, wat verworven kennis symboliseert.
infinitiveaprender (to learn)
past Participleaprendido (learned)
gerundaprendiendo (learning)

📝 In Actie

Ella aprendió a nadar el verano pasado.

A1

Zij leerde vorige zomer zwemmen.

Mi jefe aprendió la lección después del error.

A2

Mijn baas leerde de les na de fout.

Usted aprendió mucho sobre la cultura durante su viaje.

B1

U leerde veel over de cultuur tijdens uw reis.

El niño aprendió a leer muy rápido.

A1

De jongen leerde heel snel lezen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • adquirió (verwierf)
  • estudió (studeerde)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • aprendió la lecciónleerde de les
  • aprendió por sí mismoleerde het zelf

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

yoaprendiera/aprendiese
él/ella/ustedaprendiera/aprendiese
nosotrosaprendiéramos/aprendiésemos
vosotrosaprendierais/aprendieseis
ellos/ellas/ustedesaprendieran/aprendiesen
aprendieras/aprendieses

present

yoaprenda
él/ella/ustedaprenda
nosotrosaprendamos
vosotrosaprendáis
ellos/ellas/ustedesaprendan
aprendas

indicative

preterite

yoaprendí
él/ella/ustedaprendió
nosotrosaprendimos
vosotrosaprendisteis
ellos/ellas/ustedesaprendieron
aprendiste

imperfect

yoaprendía
él/ella/ustedaprendía
nosotrosaprendíamos
vosotrosaprendíais
ellos/ellas/ustedesaprendían
aprendías

present

yoaprendo
él/ella/ustedaprende
nosotrosaprendemos
vosotrosaprendéis
ellos/ellas/ustedesaprenden
aprendes

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "aprendió" in het Spaans:

beheersteleerdeopstak

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: aprendió

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'aprendió' correct?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
aprender(leren (infinitief))Werkwoord
aprendizaje(leerproces, leerperiode)Zelfstandig naamwoord
aprendiz(leerling, leerjongen/meisje)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
comióviviósintió
📚 Etymologie

De wortel komt van het Latijnse werkwoord *apprehendere*, wat 'grijpen', 'vastpakken' of 'vatten' betekende. Dit concept evolueerde in het Spaans naar 'kennis vatten' of 'een vaardigheid onder de knie krijgen'.

Eerste vermelding: 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: aprendeuFrench: apprit

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'aprendió' regelmatig of onregelmatig?

Het werkwoord 'aprender' wordt beschouwd als een regelmatig -er werkwoord. 'Aprendió' volgt het standaardpatroon voor de derde persoon enkelvoud verleden tijd (-ió) voor alle regelmatige -er en -ir werkwoorden.

Hoe weet ik of 'aprendió' 'hij leerde', 'zij leerde' of 'u leerde' betekent?

Je hebt meestal context nodig! Omdat de vorm hetzelfde is voor 'él' (hij), 'ella' (zij) en 'usted' (beleefd u), zullen de omliggende woorden of het eerdere gesprek verduidelijken wie het onderwerp is.