dejara
“dejara” betekent “toegestaan” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
toegestaan, zou toestaan, liet
Ook: vergunning verleend
📝 In Actie
Mi madre quería que yo dejara de comer dulces.
B1Mijn moeder wilde dat ik stopte met snoepen.
Si el jefe me dejara ir temprano, terminaría el informe en casa.
B2Als de baas me vroeg zou laten gaan, zou ik het rapport thuis afmaken.
Era importante que usted dejara su opinión por escrito.
B1Het was belangrijk dat je je mening op papier achterliet.
achtergelaten, stoppen met
Ook: gedeponeerd
📝 In Actie
Esperaba que Mario dejara ese mal hábito de fumar.
B2Ik hoopte dat Mario die slechte gewoonte van roken zou afleren.
Si usted dejara la llave en la caja, no tendríamos problemas.
B1Als je de sleutel in de doos zou achterlaten, zouden we geen problemen hebben.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "dejara" in het Spaans:
gedeponeerd→liet→vergunning verleend→zou toestaan→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: dejara
Vraag 1 van 2
Welke van deze zinnen gebruikt 'dejara' correct om een hypothetische voorwaarde in het verleden uit te drukken?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Van het Latijnse werkwoord *laxare*, wat 'losmaken' of 'ontspannen' betekent. Dit evolueerde naar het Spaanse 'dejar', waarbij de betekenis van 'loslaten' of 'vrijheid geven' behouden bleef.
Eerste vermelding: Old Spanish (around 10th-11th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'dejara' hetzelfde als 'dejase'?
Ja, 'dejara' en 'dejase' zijn twee vormen van exact dezelfde werkwoordstijd: de Imperfecto de Subjuntivo. Ze zijn volledig uitwisselbaar, hoewel 'dejara' vaker wordt gehoord in het dagelijkse taalgebruik.
Wie is het onderwerp bij het gebruik van 'dejara'?
'Dejara' kan gebruikt worden voor drie onderwerpen: 'yo' (ik), 'él' (hij), 'ella' (zij), of 'usted' (u, beleefd). De context van de zin vertelt meestal wie de handeling uitvoert.

