ducha
“ducha” betekent “douche” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
douche
Ook: doucheruimte
📝 In Actie
La ducha de mi casa tiene muy poca presión.
A1De douche in mijn huis heeft een heel lage druk.
Necesitamos arreglar la puerta de la ducha; no cierra bien.
A2We moeten de douchedeur repareren; hij sluit niet goed.
douche
Ook: wasbeurt
📝 In Actie
Me voy a dar una ducha antes de salir.
A1Ik ga douchen voordat ik wegga.
Después del gimnasio, siempre necesito una ducha fría.
A2Na de sportschool heb ik altijd een koude douche nodig.
Vocabulary Collections
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: ducha
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'ducha' correct om de *handeling* van het wassen aan te duiden?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Franse woord 'douche', dat zelf afstamt van het Italiaanse woord 'doccia' (wat 'leiding' of 'pijp' betekent), verwijzend naar de manier waarop het water wordt geleid.
Eerste vermelding: 19th century (in its modern sense)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'tomar una ducha' en 'ducharse'?
Ze betekenen hetzelfde ('douchen') en zijn in de meeste situaties uitwisselbaar. 'Ducharse' is één werkwoord, terwijl 'tomar una ducha' het zelfstandig naamwoord 'ducha' gebruikt met het werkwoord 'tomar'. Beide zijn even gebruikelijk.

